De glimlach versteent en verbrokkelt stelselmatig. Hij kijkt Emma fel aan en zegt uiteindelijk: 'Vermoeden?'
'Ik heb hem twintig jaar geleden voor het laatst gezien. Ik dacht dat hij dood was.'
'Juffrouw De Villiers...'
'Le Roux.'
'Natuurlijk. Mevrouw Le Roux...'
'Juffrouw.'
'Le Roux is uw meisjesnaam?'
'Le Roux was ook de naam van Jacobus, meneer Wolhuter. Het is een lang verhaal.'
Frank Wolhuter zakt langzaam terug in de verweerde bruinleren stoel. 'Jacobus le Roux.' Alsof hij de naam proeft. 'U moet me niet kwalijk nemen, maar ik ben onder de omstandigheden redelijk sceptisch.'
Emma knikt alleen en doet haar tas open. Ik hoef me niet af te vragen waarom. De foto komt tevoorschijn. Ze legt hem op het bureau en schuift hem naar Wolhuter. Hij grabbelt in zijn overhemdzak, haalt een leesbril tevoorschijn en zet die op zijn neus. Dan pakt hij de foto en kijkt ernaar. Lang. Buiten, vlakbij, brult een herstellende leeuw in zijn kooi, kort en korzelig. Vogels krassen. Binnen is het niet ondraaglijk warm, misschien doordat de gordijnen half zijn dichtgetrokken. Emma kijkt geduldig naar Wolhuter.
Hij legt de foto neer, zet zijn leesbril af en legt hem op tafel. Dan trekt hij een la open en haalt er een pijp met een lange, rechte steel uit. Er komen lucifers uit de la. Hij neemt de pijp tussen zijn tanden, strijkt een lucifer af en houdt hem boven de tabak. Zuigt de pijp met ervaren gemak aan en blaast rook naar het plafond.
'Nee,' zegt hij en hij kijkt Emma aan. 'Dit is Cobie niet.'
'Meneer Wolhuter...'
'Zeg maar Frank.'
'Kende u, je, Jacobus toen hij twintig was?' Ik verbaas me weer over haar toon, zo redelijk, zo vriendelijk.
'Nee.' Neemt een trek van zijn pijp.
'Kun je met absolute zekerheid zeggen dat hij het niet is op de foto?'
Wolhuter kijkt haar alleen maar aan over zijn pijp.
'Dat is het enige wat ik zoek. Absolute zekerheid.' Ze glimlacht naar hem. Het is een mooie glimlach. Ik weet zeker dat hij die niet kan weerstaan.
Frank Wolhuter werkt aan een grote rookwolk en zegt vervolgens: 'Vertel me dat lange verhaal dan maar, juffrouw Le Roux,' maar uit zijn ogen spreekt ongeloof.
Ze zegt niets over de overval op haar. Misschien is dat maar goed ook, want mij heeft ze er niet mee overtuigd. Anders dan bij mij, vertelt ze het verhaal nu chronologisch. Misschien leert ze.
Ze begint in 1986, toen haar broer verdween. En hoe ze twintig jaar later een gezicht op de tv zag en een vaag telefoontje kreeg. Dezelfde wankele stijl van onvoltooide zinnen, alsof ze er zelf niet helemaal meer in gelooft. Of misschien te bang is om erin te geloven. Als ze klaar is, geeft Wolhuter de foto aan Branca.
'Ik heb hem al gezien,' zegt de jongere man.
'Wat denk jij?'
'Er is een gelijkenis...'
Wolhuter neemt de foto terug. Hij kijkt weer. Geeft hem aan Emma. Hij legt de pijp in de la die nog steeds openstaat.
'Juffrouw Le Roux...'
'Emma.'
'Emma, heb je legitimatie bij je?'
Ze fronst even haar wenkbrauwen. 'Ja.'
'Mag ik die zien?'
Ze werpt me een blik toe en steekt dan een hand in haar tas. Ze haalt haar identiteitsbewijs eruit en geeft het aan Wolhuter. Hij slaat het open bij de foto.
'Heb je een visitekaartje?'
Ze aarzelt weer, maar grabbelt haar portemonnee tevoorschijn en trekt er een visitekaartje uit. Wolhuter houdt het tussen zijn magere vingers en bestudeert het. Hij kijkt op, naar mij. 'Jij bent Lemmer?'
'Ja.' Zijn toon bevalt me niet.
'Wat is jouw belang hierbij?'
Emma haalt adem om te antwoorden, maar ik ben haar voor. 'Morele steun.'
'Wat ben je van beroep?'
Door zijn houding bega ik een fout. Ik probeer slim te zijn. 'Ik werk in de bouw.'
'In de bouw?'
'Ik verbouw huizen, hoofdzakelijk.'
'Heb je een visitekaartje?'
'Nee.'
'En wat wil je hier komen bouwen?'
'Vriendschapsbanden.'
'Ben je projectontwikkelaar, Lemmer?'
'Wat?'
'Frank...' zegt Emma.
Wolhuter probeert haar het zwijgen op te leggen met een vriendelijk: 'Even wachten, Emmaatje...' Verkeerde woordkeus.
'Ik heet geen Emmaatje.' Voor het eerst sinds ik haar ken, klinkt haar stem ijzig. Ik kijk naar haar. Wolhuter en Branca kijken ook. Ze gaat rechtop zitten, met een zachte gloed op haar wangen. 'Ik heet Emma. En als dat je niet aanstaat, kun je juffrouw Le Roux proberen. Dat zijn de enige twee aanvaardbare opties. Is dat duidelijk?'
Heel even vraag ik me af waarvoor ze een lijfwacht nodig heeft.
Niemand geeft antwoord. Emma vult de stilte. 'Lemmer is hier omdat ik hem gevraagd heb om hier te zijn. Ik ben hier om te onderzoeken of Cobie de Villiers mijn broer is. Dat is alles. En dat ga ik doen, met of zonder jullie hulp.'
12.
Wolhuter heft langzaam een benige hand en wrijft over zijn sik. Dan erodeert zijn gezicht tot een voorzichtige glimlach. 'Emma,' zegt hij, met respect.
'Precies,' zegt juffrouw Le Roux.
'Je zult die houding nodig hebben, want je hebt geen idee in wat voor wespennest je je steekt.'
'Dat zei inspecteur Jack Phatudi ook al.'
Wolhuter kijkt Branca veelzeggend aan. Dan vraagt hij Emma: 'Wanneer hebben jullie hem gesproken?'
'Vanochtend.'
'Wat weet je van hem?'
'Niets.'
Frank Wolhuter schuift zijn magere lijf in de stoel naar voren en legt zijn onderarmen op het bureau. 'Emma, ik vind je aardig. Maar ik zie op je visitekaartje dat je uit de Kaap komt. En je moet weten, dit is niet de Kaap. Dit is een andere wereld. Je zult het niet leuk vinden, maar laat ik je vertellen dat jullie Kapenaars niet in Afrika wonen. Ik weet het. Ik ga elk jaar naar de Kaap en dat is... net zoiets als Europa bezoeken.'
'Wat heeft dat met Jacobus te maken?'
'Daar kom ik zo op. Ik zal je eerst een beeld schetsen van Limpopo, van Laeveld, zodat je het een beetje begrijpt. Dit is nog het oude Zuid-Afrika. Nee, dat is ook niet helemaal waar. De meeste hoofden, allemaal, zwart en wit, staan nog naar het oude bestel, maar de problemen zijn het nieuwe Zuid-Afrika. En dat is geen goede combinatie. Racisme en vooruitgang, haat en samenwerking, achterdocht en verzoening... het ligt niet graag op een hoofdkussen. En dan is er het geld en de armoe, de hebzucht...'
Hij pakt zijn pijp weer, maar doet er niets mee.
'Jullie hebben geen idee wat er hier bij ons aan de hand is. Laat ik eens iets vertellen over inspecteur Jack Phatudi. Hij hoort bij de Sibashwa-stam, hij is een big shot, zoon van een hoofdman. En toevallig zijn de Sibashwa bezig met een grondclaim. En de grond die ze willen hebben, maakt deel uit van het Krugerpark. En toevallig zijn de Sibashwa geen grote fans van Cobie de Villiers. Want Cobie is wat sommige mensen een activist zouden noemen. Niet een doorsnee groene, niet een typische konijnenfluisteraar. Hij demonstreert niet en schreeuwt niet van podia. Hij is een sluiper, heel stil, dan weer hier dan weer daar, je ziet hem niet. Maar hij is meedogenloos, hij bijt zich vast, geeft niet op. Hij luistert hier, hoort daar, neemt foto's, maakt aantekeningen. Binnen de kortste keren weet hij alles. Hij had bewijzen dat de Sibashwa al een contract getekend hadden met een projectontwikkelaar. We hebben het over honderden miljoenen. En toen heeft Cobie zijn informatie aan de Nationale Parken en hun juristen doorgespeeld, want als de claim van de Sibashwa wordt ingewilligd, denkt hij, is dat het begin van het einde van het Krugerpark. Je kunt daar niet zomaar huizen gaan bouwen en denken dat dat geen impact zal hebben. Je kunt niet...'
Hij valt zichzelf in de rede. 'Laat ik nou geen preek tegen jullie afsteken. Waar het om gaat, is dat de Sibashwa niet zo dol zijn op Cobie. Hij heeft al voor de gieren problemen met ze gehad over allerlei dingen. Over klemmen voor luipaarden en strikken voor springbokken en over hun honden die overal rondlopen en schade aanrichten. Ze weten dat hij degene is die ze aangeeft bij de overheid, die de honden afschiet. Ze kennen hem. Ze weten hoe hij is. En toen hebben ze de gieren vergiftigd, want ze weten dat mensen Cobie bellen als dat gebeurt. Het was een valstrik. Ze wilden dat Cobie daar was, zodat het leek alsof hij die mensen, de sangoma en de gifstrooiers, had doodgeschoten. Maar dat was Cobie niet. Dat kan hij niet. Hij kan niets of niemand vermoorden.'
'Dat weet ik,' zegt Emma ontroerd. 'Maar waarom verstopt hij zich dan?' Dat is een goede vraag.
'Waarom denk je? Dat zal ik je vertellen, de sangoma die is doodgeschoten, is een Sibashwa. Maar die wilden ze ook uit de weg ruimen, want hij was even fel tegen de projectontwikkeling. Hij was niet achterlijk. Hij wist dat alles anders wordt, dat er een eind komt aan hem en hun levenswijze, hun cultuur en gebruiken, als het grote geld gaat stromen. Dus hoe los je het probleem op? Je bent van Cobie en de sangoma af, twee vliegen in een klap. Waarom denk je dat alle zogenaamde getuigen van de schietpartij Sibashwa zijn?'
'Dat komt verdacht goed uit,' zegt Branca.
'Precies,' zegt Wolhuter. 'Hoe objectief zal het onderzoek van inspecteur Jack Phatudi zijn? Als hij niet al betrokken is bij de hele zaak. En waarom hebben ze eergisternacht geprobeerd in Cobies kamer in te breken? Waarom is Jack Phatudi niet met een bevelschrift gekomen? Omdat ze de kopie van het contract met de projectontwikkelaar zoeken. Ze willen de foto's en dagboeken van Cobie, al zijn bewijzen. Niet voor de rechtbank. Nee. Ze willen die laten verdwijnen. Zoals ze Cobie willen laten verdwijnen. Ze willen Cobie onderuithalen met belachelijke beschuldigingen, en als dat gelukt is, dan zijn Donnie en ik aan de beurt, want wij zijn ook tegen die claim en we weten van de projectontwikkeling. Dat gezeik met die grondclaims...'
Hij pakt geergerd zijn lucifers, zijn stem wordt luider.
'Frank...' zegt Branca sussend, alsof hij weet wat er gaat komen.
'Nee, Donnie, ik houd mijn mond niet.' Hij strijkt een lucifer af, zuigt geergerd aan de pijp en kijkt door de rook heen naar Emma.
'Weet je hoeveel het er zijn die een stuk van Kruger willen hebben? Bijna veertig. Veertig fu... verdomde grondclaims tegen het Wildpark. Waarvoor? Zodat ze dat ook kunnen verkloten? Ga maar eens kijken wat de zwarten gedaan hebben met de boerenbedrijven die ze hier in Laeveld gekregen hebben. Via grondclaims. Ik ben geen racist, ik geef alleen de feiten. Ga maar eens kijken hoe het er daar uitziet. Het was puike grond, succesvolle, productieve blanke boeren moesten opkrassen. En nu gebeurt er niets mee, de mensen verrekken van de honger. Alles is kapot: de boorgatpompen, de besproeiingsbuizen, de trekkers, de pick-ups, en al het geld dat de staat gegeven heeft is verdampt. Verspild. En wat doen ze? Ze zeggen "geef nog meer" en ze doen niets en de helft van de mensen is teruggegaan naar waar ze vroeger woonden.'
De pijp is uit. Hij strijkt nog een lucifer af, maar die komt nooit bij de pijp. 'En dezelfde mensen willen nu een stuk van Kruger hebben omdat hun betovergrootvader drie koeien had die daar in zeventienhonderdenzoveel graasden. Geef het aan ze en kijk wat er gebeurt. Deel het park op in veertig stukken stammenland en dan is het afgelopen, ik zweer het. Dan kunnen we beter ons boeltje pakken en naar Australie gaan, want hier blijft niets meer over.'
Hij leunt terug in zijn stoel. 'Het zijn niet alleen de zwarten. Hebzucht heeft geen kleur.'
Hij wijst met zijn pijpensteel naar mij. 'Dat is de reden waarom ik uit mijn slof schiet als een man komt vertellen dat hij in de bouw zit. Er sluipen hier veel van die lui rond, van die magere, blanke stadspummels, jasje-dasje, met dollartekens in hun ogen en "Projectontwikkeling" op hun visitekaartje. Ze hebben niets met natuurbehoud. Ze komen geen achtergestelden helpen. Ze komen de mensen verleiden, ze scheppen visioenen van een pot met goud aan het einde van de grondclaimregenboog. En de mensen zijn arm, ze willen het graag geloven, ze worden blind.'
'Golfresorts,' zegt Donnie Branca met diepe weerzin.
'Nou vraag ik je,' zegt Frank Wolhuter, weer met drift in zijn zware stem. 'Ga maar kijken hoe de Gardenroute eruitziet. Ga maar kijken wat die golflandheren daarvan gemaakt hebben. Alles onder de vlag van natuurbehoud. Wijs mij een ding aan dat ze hebben behouden. Verpesten, dat kunnen ze. Verspillen. Ze verbruiken meer water per hectare dan elk ander project op de aardbol en nu hoor ik dat ze ook golfterreinen in de Klein-Karoo gaan ontwikkelen, want aan de kust is geen grond meer over. Met welk water, zou ik willen weten. Er is alleen grondwater en dat is een uitputbare bron, maar ze moeten en zullen projecten ontwikkelen, want het grote geld roept. En hier? Een golfresort in het Krugerpark? Zie je het voor je? Zie je voor je hoe de fauna en flora en waterbronnen naar de kloten gaan, hier, waar we om het jaar een droogte hebben waar je u tegen zegt?'
'Wat blijft er over voor onze kinderen?' vraagt Branca.
'Niets,' zegt Wolhuter. 'Behalve achttien holes en een paar impala's bij de achttiende green.'
Dan zwijgen ze en de geluiden van de dieren buiten in de kooien sijpelen door de gordijnen als een instemmend koor.
Emma le Roux staart lang naar de muur tegenover zich voordat ze haar identiteitsbewijs pakt en in haar tas stopt. Ze laat het visitekaartje op het bureau liggen. 'Waar is Jacobus nu?' vraagt ze.
Wolhuters drift is inmiddels uitgewoed en zijn stem is rustig. 'Dat zou ik je niet kunnen zeggen.'
'Kun je hem een boodschap doorgeven?'
'Nee, ik bedoel dat ik niet weet waar hij is. Niemand weet waar hij is.'
'Misschien terug naar Swaziland,' zegt Donnie Branca.
'O?'
'Daar komt hij vandaan,' zegt Wolhuter. 'Kom jij ook uit Swaziland?'
'Nee,' zegt Emma.
Wolhuter heft zijn handen in een veelzeggend gebaar.
'Hoe lang kennen jullie Jacobus?'
'Laat eens zien... vijf... nee, zes jaar.'
'En je weet zeker dat hij uit Swaziland komt?'
'Dat zei hij.'