'Dan komen ze jou halen.'
'Er is niets wat mij met hem in verband brengt, meneer Lemmer. Niets. Hij is geen werknemer, staat niet onder contract, is nog nooit in dit gebouw geweest. En zijn kennis is redelijk beperkt, want we zijn niet achterlijk. Er zijn natuurlijk ook andere opties. Bijvoorbeeld bepaalde informatie over Kappies' kleurrijke verleden aan de wetshandhavers overhandigen, wat zijn getuigenis in een nieuw daglicht zal plaatsen. Maar naar mijn mening is er een eenvoudigere uitweg. We wonen in Afrika, meneer Lemmer, waar gerechtigheid zijn prijs heeft. Vooral in bepaalde provincies. Waar ligt Hoedspruit ook al weer? Limpopo, als ik het me goed herinner...'
'Ga je de media ook omkopen?' vraagt Jeanette.
Hij heeft zijn goeiige gezicht terug. Hij glimlacht als tegen een kind dat een schattige maar domme vraag heeft gesteld.
'En wat gaat u de media vertellen, juffrouw Louw?'
'Alles.'
'Ja, ja. Ik wilde het alleen even zeker weten: u gaat de media een ongeloofwaardig verhaal vertellen, gebaseerd op de getuigenis van een hoogst onstabiele medewerker van een dierenopvangcentrum die door de politie wordt gezocht voor de moord op vier onschuldige zwarten. En u verwacht bovendien dat ze de bevestiging van het verhaal accepteren van een man die vier jaar heeft gezeten wegens een verkeersagressiemoord?'
'Doodslag,' verbetert Jeanette.
'Daar zullen de media beslist rekening mee houden, juffrouw Louw.'
'De regering gaat dit jaar de zaak Samora Machel heropenen.' Ze zegt het niet erg enthousiast. Net als ik beseft ze dat hij gelijk heeft.
'Aha,' zegt hij. 'Als de politie en de media niet meewerken, dan is er altijd nog de regering. En die geloven deze heren Lemmer en Le Roux? Terwijl eenenvijftig procent van ons bedrijf binnen een paar weken in handen zal zijn van de zwarte-empowerment-groep Impukane? Met een oud-anc-minister en drie voormalige provinciale bestuurders in onze directie? Juffrouw Louw, voor zover ik heb gehoord bent u, ondanks uw zonden, een bekwame zakenvrouw. Ik had van u geen naiviteit verwacht.'
'Ik krijg je nog wel, Quintus,' zeg ik.
'U hebt een interessant denkpatroon, meneer Lemmer.'
'Vind je?'
'Niet onlogisch. Het idee een schuldige aan te wijzen die gestraft moet worden is heel instinctief. Maar laat geen ruimte voor nuance.'
'Wat voor nuance?'
'De nuance van een ruimhartig aanbod.'
'Laat maar horen,' zeg ik. Jeanette werpt me een scherpe blik toe, maar die negeer ik.
'Ik begrijp uw behoefte aan gerechtigheid, meneer Lemmer. U vindt dat Jacobus le Roux en zijn familie groot onrecht is aangedaan en u vindt dat dat gewroken moet worden. Klopt dat?'
Ik knik.
'Mooi. Ik denk dat wij daarbij van dienst kunnen zijn. Volgens de informatie die ik tot mijn beschikking heb, bestaat er weinig twijfel over Jacobus' schuld aan de sangomamoorden. Maar stel dat ik de hele zaak in orde kan maken, zodat hij hoegenaamd geen verdachte meer is. Denkt u niet dat dat een waardevolle vergoeding zou zijn?'
'Jazeker.'
'En als ik garandeer dat Le Roux zijn leven open en bloot kan leiden, zonder enige vrees voor het verleden? En als ik verder aanbied voortaan ruimschoots gebruik te maken van de diensten van Body Armour, zeg maar met een maandelijks voorschot van vijftigduizend?'
'Honderdduizend,' zeg ik.
'Nee,' zegt Jeanette.
'Niet nu, Jeanette.'
'Vijfenzeventigduizend,' zegt Wernich.
'Over mijn lijk,' zegt Jeanette.
Ik negeer haar. 'Op een voorwaarde: je beantwoordt al mijn vragen.'
Jeanette staat op. 'Lemmer, fuck you. Je werkt niet meer voor mij.' Er klinkt meer teleurstelling dan afkeer in haar stem. Dan loopt ze naar de deur en verlaat de kamer.
'Ik zal uw vragen beantwoorden,' zegt Wernich, alsof ze er nooit is geweest.
'Excuseer me even,' zeg ik en ik loop Jeanette achterna.
Louise volgt me zwijgend met haar ogen door haar kantoor. Ik knipoog niet naar haar, ik heb te veel haast. In de gang zie ik mijn baas verbeten naar de liften lopen. 'Jeanette,' roep ik, maar ze negeert me. Ik ren achter haar aan. Ze drukt driftig op het liftknopje. De deuren gaan open en ze stapt in. Ik ben net op tijd om te verhinderen dat de deuren weer dichtgaan.
'Jeanette, luister...'
'Rot op, Lemmer, laat de deur los of je krijgt een dreun.' Ik heb haar nog nooit zo gezien, met een van woede vertrokken gezicht.
Er is maar een ding dat ik kan doen. Ik grijp haar bij de panden van haar Armani-jasje en ruk haar de lift uit naar me toe, zodat haar lichaam hard tegen het mijne botst. Ze maakt een woedend geluid. Ik sla mijn armen om haar heen en druk haar tegen me aan, mijn mond tegen haar oor.
Ik krijg alleen de kans om te fluisteren: 'Ze hebben microfoons, Jeanette,' voordat ze me tussen mijn benen probeert te trappen, maar dat had ik verwacht, want ik ken haar achtergrond. Ik knijp mijn benen tegen elkaar. Ze raakt keihard mijn bovenbeen. Ik druk haar steviger tegen me aan. Ze spartelt. Het is een sterke vrouw en ze is boos. Gevaarlijke combinatie.
'Ik ga niet in op zijn verrotte aanbod, ik ga hem pakken, luister even naar me alsjeblieft, ze mogen het niet horen,' zeg ik met een wanhopige fluisterstem in haar oor.
Even denk ik dat ze zich uit mijn greep zal losrukken, maar dan ontspant ze een beetje en sist: 'Jissis, Lemmer.'
'Microfoons en videocamera's. Het zit hier barstensvol afluisterapparatuur, Jeanette, en dat kunnen we gebruiken.'
'Hoe?'
'Jij zult moeten helpen.'
'Is het echt nodig dat je me zo stevig vasthoudt, verdomme?'
'Ik begin het net lekker te vinden.'
En dan lacht Jeanette Louw, een harde blaf van ontlading, waardoor mijn linkeroor nog een halfuur bijna doof is.
Ik loop alleen terug naar Wernichs kantoor. Louise zit op wacht, haar handen gevouwen in haar schoot, haar ogen volgen me afkeurend.
Ik glimlach liefjes naar haar. Dat sorteert niet zoveel effect als de knipoog. Ik zal iets anders moeten proberen.
In zijn kantoor is Quintus Wernich aan de telefoon. Ik hoor hem alleen zeggen: 'Ik moet ophangen,' en dan legt hij de hoorn neer. 'Het ziet ernaar uit dat u uw baan kwijt bent, meneer Lemmer.'
'Denk je dat ik haar voor de rechter kan slepen, Quintus?'
Wernich glimlacht zonder humor. 'Ik zou u graag een betrekking aanbieden, maar ik heb zo'n vermoeden dat onze wederzijdse afkeer geen ideale voedingsbodem voor een prettige werkverhouding is.'
'Ik heb in elk geval niet de intellectuele vermogens voor de bedrijfsomgeving,' zeg ik.
'Touche.'
Dan zitten we elkaar aan te kijken over het glazen blad. Totdat hij diep zucht en zegt: 'Waar waren we gebleven?'
Ik probeer te bedenken of Jeanette genoeg tijd heeft gehad om te doen wat ze moet doen. Ik hoop het.
'Je bent me antwoorden schuldig, Quintus.'
'Als u er wat aan hebt,' zegt hij.
48.
'Was jij erbij? In het wildpark, in zesentachtig?'
'Ja, meneer Lemmer, ik was er.'
'Wie was die snorremans die je bij je had? Degene die Pego Mashego heeft gebrandmerkt?'
'Dat was ons hoofd security.'
'Hoe heet hij?'
'Wat doet dat ertoe?'
'Het doet ertoe dat jij je deel van onze overeenkomst nakomt, Quintus.'
Zijn ogen dwalen een fractie van een seconde naar de videocamera in het plafond. Dan zegt hij gelaten: 'Hij heet Christo Loock.'
'En wat doet hij nu?'
'Hij is onze Senior Manager Human Resources.'
'Talentvolle man. Voor wie werkten jullie? Bij de dood van Machel?'
'Ik weet niet of ik u goed begrijp.'
'Wie had jullie ingehuurd? Wie had jullie gevraagd dat te doen?'
'Het was ons eigen idee.'
'Ik geloof je niet.'
'Dat zal wel moeten. Want het is de waarheid.'
'Waarom zou een bedrijf dat elektronische systemen bouwt de president van een buurland willen vermoorden?'
'Omdat het kon, meneer Lemmer, omdat het kon.'
Hij leunt achterover in zijn stoel. 'U moet de omstandigheden begrijpen. Toen Nico en ik in 1983 bij Krygkor weggingen, waren we niet populair. We kregen beschuldigingen naar ons hoofd dat we De Zaak niet meer wilden dienen, dat we geldwolven waren omdat we voor onszelf waren begonnen. Wat ons gered heeft, was onze kennis. Vergeef me als ik onbescheiden klink, maar we waren het neusje van de zalm. Ze moesten ons wel gebruiken. Maar met tegenzin. En mondjesmaat. Alleen als er geen andere mogelijkheid was.'
Hij staat op en loopt weer naar de ramen. 'Ik moet bekennen dat die beschuldigingen niet helemaal ongegrond waren. We hadden financiele ambities.'
Hij kijkt naar buiten en vouwt zijn handen achter zijn rug. Ik vraag me af of hij denkt dat dat er statig uitziet, het gebaar van de Voorzitter. 'Dat was een van de redenen waarom we weggingen bij Krygkor: een semioverheidsinstelling beloont topprestaties niet noodzakelijkerwijs beter dan middelmatige. We hadden er genoeg van...'
'Kom ter zake, Quintus.'
'Vergeef me. Op mijn leeftijd... Waar het op neerkomt, is dat je zonder kapitaal geen technologisch bedrijf kunt runnen. Research kost geld. Veel geld. We hadden iets nodig om... laten we zeggen, onze verhouding met de overheid naar een ander niveau te tillen. Hoe? Dat was de vraag. Maar God is voorzienig, meneer Lemmer, ik weet niet of u een gelovig man bent, maar nood leert bidden, en gebeden worden verhoord. Dat heb ik geleerd.'
Hij beseft dat hij afdwaalt en gaat met zijn rug naar het raam staan zodat het licht een stralenkrans om hem heen vormt. Zijn ogen kijken nietsziend de kamer in.
'Het was geen toeval dat ik binnen een bestek van drie dagen hoorde over het dilemma van de regering met Samora Machel en over de Israelische technologie. Het was voorbestemd. Een kans, lotsbeschikking. Hoe dan ook, we hebben op verschillende terreinen nauw samengewerkt met de Israeli's. En toen hoorden we van hun ontwikkelingen op het gebied van vor-technologie. Dat staat voor very high frequency omnidirectional radio. Vliegtuigen gebruiken het om te navigeren. Een vor-baken zendt een signaal uit dat de piloot vertelt welk baken het is, maar ook wat zijn orientatie ten opzichte van het baken is in relatie tot het magnetische noorden. Kunt u me nog volgen?'
'Ik begrijp het.'
'De Israeli's hadden een technologie ontwikkeld die een valse vor kon creeren, niet te onderscheiden van de echte. Ik zal het nooit vergeten, meneer Lemmer. Ik reed die avond laat naar huis. En toen ik voor de garage stopte, was het alsof alle dingen bij elkaar kwamen. De woorden van de minister over Samora Machel, hoe het in het belang van heel Afrika zou zijn als hij verdween. En de nieuwe technologie uit Israel. Toen besefte ik dat er maar een manier was. Om de verschillende problemen op te lossen.'
'En toen heb je je diensten aangeboden.'
'Inderdaad.'
'Om een goede beurt te maken bij de overheid.'
'Bij wijze van spreken.'
'Ook al zou het neerkomen op moord?'
'Moord? Meneer Lemmer, we waren in een oorlog verwikkeld. Samora Machel was een communist, een atheist die met steun van Moskou in zijn eigen land een burgeroorlog voerde, tegen zijn eigen mensen. Die mensen oppakte en martelde en zonder enige vorm van proces executeerde, een dictator die terroristen huisvestte, en de hele regio kon destabiliseren. En Rusland zat gewoon te wachten...'
'En nu zit een stel van die "terroristen" in jouw directie.'
'De val van het communisme heeft alles veranderd.'
'Ja ja. En Jacobus le Roux? Die was geen communist of atheist.'
'Hij was daar. En mijn hart bloedt voor hem, het was onnodig, het was een tragische samenloop van omstandigheden. Maar soms, meneer Lemmer, is het lot van het individu ondergeschikt aan dat van naties en volkeren. Soms moet een mens moeilijke beslissingen nemen, heel moeilijke beslissingen, in het belang van het grotere geheel.'
'Of de grotere winst,' zeg ik.
Hij komt bij het raam vandaan en loopt naar zijn bureau, recht voor me. Hij slaat zijn armen over elkaar en zegt: 'Wie bent u om te oordelen?'