Onzichtbaar - Onzichtbaar Part 45
Library

Onzichtbaar Part 45

Ik sla om. De kop zegt: Ons erfgoed.

In 1983 hadden twee briljante Zuid-Afrikaanse elektrotechnisch ingenieurs een droom de droom om een eigen bedrijf te beginnen, gebaseerd op hun rotsvaste overtuiging dat innovatieve research en gewaagd design de bouwstenen waren voor de ontwikkeling van lucht- en ruimtevaartsystemen in de toekomst. Ze namen ontslag bij de wapenfabrikant waar ze werkten en richtten het bedrijf op in een kleine loods in hun woonplaats Stellenbosch.

Vanaf dit bescheiden begin, en ondanks de tragische dood van een van de oprichters bij een bergbeklimmingsongeval in 1986, groeide Southern Cross uit tot een miljoenenconcern, met meer dan vijfhonderd toegewijde medewerkers, onder wie meer dan vijftig internationaal opgeleide ingenieurs van wereldklasse.

Op weg naar het succes heeft het bedrijf een grote rol gespeeld bij de ontwikkeling van de lasergebaseerde afstandzoeker voor de Dassault Mirage, het F1AZ gevechtsvliegtuig, waarmee het mogelijk werd ongeleide munitie met uiterste precisie te ontsteken en te richten. Het succes van dit systeem is erkend door Jane's Defence Weekly; de bewezen precisie van de F1AZ viel binnen de door de usaf uitgevaardigde standaard voor hun F-15E Strike Eagle.

Terwijl veel van het werk in de vroege jaren strikt geheim was, leidde de onschatbare ervaring die werd opgedaan tijdens het ontwikkelen van hypermoderne technologie tot de producten die tegenwoordig tot de top kunnen worden gerekend.

Voorbeelden zijn het luchtdoelraketgeleidingssysteem XV-700 'Black Eagle', de geleide lucht-luchtraket XV-715 'Bateleur', en de revolutionaire zware langeafstandsanti-raketraket XZ-1 'Lammergeyer'.

Op de derde bladzij staat een foto van Quintus Wernich onder de kop Oprichter en Directeur. Hij glimlacht niet, maar het gezicht achter de montuurloze bril heeft iets goeiigs, een echte pater familias met zijn korte, staalgrijze haar.

'Ik dacht dat hij directievoorzitter was.'

Jeanette werpt een blik op de papieren op mijn schoot. 'Dat is hij ook. Deze folder is twee jaar oud. Kijk maar naar de knipsels.'

Ik blader door het stapeltje. Een krantenknipsel uit de Business Day zegt Black Managing Director first step in bee for Southern Cross.

De benoeming van Philani Lungile als MD is pas de eerste stap in een uitgebreid proces van Black Economic Empowerment (bee), zegt Quintus Wernich, voormalig MD en tegenwoordig bestuursvoorzitter van Southern Cross Avionics, ontwikkelaar van wapensystemen in Stellenbosch.

'Dat kutverkeer,' zegt Jeanette. Ik kijk op. Ze wil van de N2 naar de N7, maar dat gaat niet snel lukken.

'Dat soort problemen hebben wij niet in Loxton,' zeg ik.

'Zoek dat ding over dat raketprogramma. Dat heb ik van internet geplukt,' beveelt Jeanette en ze steekt een Gauloises op.

Ik draai het raampje open en zoek tussen de documenten. De uitdraai komt van het International Centre for Strategic Research.

Zuid-Afrikaans Ballistisch Raketprogramma Tot op de dag van vandaag is nog weinig bekend over het kortstondige ballistisch raketprogramma van Zuid-Afrika.

Het land heeft sinds de jaren zestig tactische korteafstandsraketten ontwikkeld, maar kreeg pas tegen het eind van de jaren tachtig internationaal de aandacht, na een testlancering van een 'booster rocket', zoals het apartheidsregime het noemde, in juli 1989.

Westerse inlichtingenbureaus wezen al snel op overeenkomsten tussen de Zuid-Afrikaanse prestaties en de Jericho II Raket van Israel, hetgeen leidde tot speculaties dat Israel Zuid-Afrika had voorzien van cruciale technologie voor de ontwikkeling daarvan.

Deze bewering werd kracht bijgezet door het feit dat de twee landen ook kennis en expertise deelden in het ontwikkelen van elektronische wapensystemen voor de Dassault Mirage-gevechtsstraaljager in de jaren zeventig en tachtig via het staatsbedrijf armscor en particuliere bedrijven als Southern Cross Avionics.

Ik kijk op, want alles begint steeds meer op zijn plaats te vallen.

'Toen ik dat las, snapte ik waar dat geweer vandaan kwam,' zegt Jeanette.

Ik knik.

'Vertel op, Lemmer.'

'Wat?'

'Alles. Wat de fuck heeft Southern Cross met Emma le Roux uit te staan?'

'Hoe lang duurt het nog voordat we er zijn?'

'In dit tempo? Een halfuur.'

'Wat zit er nog meer tussen?' vraag ik en ik laat mijn vingers door haar knipsels gaan.

'Weet jij hoe het met grote wapencontracten gaat? Zoals voor het nieuwe Gripen-gevechtsvliegtuig?'

'Nee.'

'Saab uit Zweden en bae in Engeland hebben een contract gekregen om 28 Gripens aan ons te leveren. Maar onderdeel van de overeenkomst is dat ze lokaal moeten investeren. Southern Cross maakte daar deel van uit ze gaan systemen ontwikkelen voor bae. En er zit een artikel tussen waarin staat dat Wernich en de zijnen enorm met Airbus flirten.'

'Daarom willen ze nog steeds alles stilhouden,' zeg ik. 'Daarom, en vanwege de zwarte economische empowerment.'

'Wat, Lemmer? Wat willen ze stilhouden?'

'Heb je een wapen voor me meegebracht?'

Ze schiet de Gauloises uit het raampje en trekt het linkerpand van haar jasje open. Er zit een pistool onder haar arm, in een leren holster. 'Jazeker,' zegt ze. 'Vandaag ben ik jouw lijfwacht, Lemmer. Vertel op.'

47.

Ik vind ze niet mooi, de nieuwe kantoorgebouwen in Century City. Geen idee hoe mensen dat noemen. Neoromeins? Toscaanse zakelijkheid? Idioot grote pilaren, scherpe puntdaken, glas en beton, zo on-Afrikaans als maar kan. Southern Cross zit op de bovenste verdieping van een gebouw van vijf verdiepingen, de receptie is groot en klinisch.

Midden in de ruimte zit een zwarte vrouw achter een bureau met een reusachtig glazen blad. Op het bureau een zilverkleurige laptop en een kleine telefooncentrale. Ze heeft een headset op. Het lijkt eerder iets wat een Gripen-piloot zou kunnen gebruiken.

'We willen graag de heer Wernich spreken,' zegt Jeanette tegen haar.

De receptioniste bekijkt Jeanette van top tot teen. 'Hebt u een afspraak?'

Ik doe een stap naar voren. 'Ja, we hebben een afspraak. Zeg maar dat Jacobus le Roux hem wil spreken.'

Vingers met lange nagels dansen over de hightech telefooncentrale. Ze fluistert bijna, ik kan haar maar net horen. 'Louise, er is een meneer Le Roux voor meneer Wernich.'

'Jacobus le Roux,' zeg ik. 'Vergeet dat niet te melden.'

De vrouw kijkt me aan alsof ze me voor het eerst ziet en bijzonder weinig onder de indruk is. Ze luistert en zegt dan tegen ons: 'Het spijt me, u schijnt geen afspraak te hebben.'

'Kom, Lemmer,' zegt Jeanette en ze loopt langs de glasprinses. 'Ik ben hier al eerder geweest.'

'Dame,' zegt de receptioniste ontsteld. 'Waar gaat u heen?'

Jeanette blijft staan en draait zich om. 'Laat me je een ding vertellen, lieverd, als ik iets niet ben, dan is het een dame.' En ze loopt door, niet geintimideerd als de scherpe stem van de vrouw haar naroept: 'Ik bel de bewaking!'

Glazen bureaubladen zijn kennelijk in bij Southern Cross. Louise heeft er ook een. Ze is blank, donkerbruin haar in een vlecht, subtiele make-up, modieuze bril, ergens in de dertig en volmaakt. Haar functieomschrijving is waarschijnlijk niet secretaresse maar personal assistent. Ze is aangesteld vanwege haar efficiency, haar computervaardigheden en haar uiterlijk. Ze heeft alleen een zwart toetsenbord en een plat lcd-scherm voor zich, de rest van de computer is aan het oog onttrokken. Ze kijkt verstoord op als we binnenkomen.

'Waar verstopt Quintus zich, schattebout?' vraagt Jeanette haar en ze loopt door naar de deur die naar het kantoor van de baas leidt.

Louise hapt naar adem en springt op. Ik zie dat de grijze rok aan indrukwekkende welvingen plakt. Ik knipoog naar haar, gewoon omdat het kan. En dan staan we in Wernichs kantoor.

Een grote ruimte, een kolossaal bureau met glazen blad waarop een slanke laptop staat, een zwartleren stoel met hoge rugleuning erachter, een soort adellijke troon, en zes kleinere in dezelfde stijl ervoor. Aan de witte muren hangen hyperrealistische schilderijen van raketten en straaljagers in dure lijsten. Maar de man zelf staat bij een van de ramen van vloer tot plafond die uitzicht bieden over een bruin-groen kanaal buiten. Hij heeft zijn handen op zijn rug.

Hij kijkt pas om als Louise achter ons lispelt: 'Het spijt me, meneer Wernich, ze liepen gewoon door...'

Hij staart lang naar Jeanette, dan naar mij, en knikt even, tegen zichzelf lijkt het. Hetzelfde goeiige gezicht als op de foto in de prospectus, maar ouder. Hij lijkt op een ouderling, met de vrome maar vriendelijke uitstraling van zoveel Afrikaner mannen van achter in de vijftig. Hij is statig in zijn donkere maatpak, een duidelijke aanwezigheid.

'Laat maar, Louise, ik verwachtte ze al,' zegt hij vaderlijk en sussend. Zijn stem is diep en welluidend, als van een presentator bij een klassieke muziekzender. 'Wil je de deur achter je dichtdoen?'

Ze draait zich met tegenzin om en loopt weg. De deur gaat geruisloos dicht. Wernich zegt: 'Ga gerust zitten.'

Zijn reactie is niet wat we hadden verwacht. We blijven staan.

'Alstublieft,' zegt hij. 'Laten we als volwassenen onder elkaar praten.' Hij maakt een galant gebaar in de richting van de stoelen. 'Maak het u gemakkelijk.'

We gaan zitten. Hij knikt tevreden, draait zich langzaam om en loopt naar de grote ramen, met zijn rug naar ons toe.

'Vertel eens, meneer Lemmer, mijn mensen... leven ze nog?' Op gewone gesprekstoon, alsof we elkaar al jaren kennen.

'Kappies leeft nog. Van Eric weet ik het niet.'

'Waar zijn ze?'

'In politiebewaring inmiddels.'

'Hm,' zegt hij en hij doet zijn handen achter zijn rug. Ik zie dat zijn duimen langzaam kleine cirkeltjes draaien, alsof hij diep nadenkt. 'U verbaast me.'

Ik kan geen reactie bedenken.

'Wat is het bedrag dat u in gedachten had?'

'Bedrag?'

'Hoeveel geld wilt u hebben, meneer Lemmer?'

Ik kom weer bij zinnen. 'Werkt het zo bij het wapenbedrijf, Quintus? Als je niet kunt moorden, koop je?'

'Dat is een ietwat lompe omschrijving. Maar waarom zou u anders hier naartoe komen?'

'Het is afgelopen, Quintus.'

'Afgelopen?'

'Dat klopt.'

Hij draait zich om met zijn armen wijd, een uitnodiging. 'Goed dan, meneer Lemmer. Hier ben ik. Doe wat u moet doen.' Gemoedelijk en redelijk, alsof we over een tweedehandsraket onderhandelen.

Ik kijk hem alleen maar aan.

'En nu, meneer Lemmer? Blijft u daar gewoon zitten?'

Ik wil tegen hem zeggen dat hij eerst moet praten voordat ik hem wegsleep, maar hij geeft me de kans niet.

'Weet u, meneer Lemmer, wat me het meest heeft verbaasd, was uw deductievermogen. Ik bedoel, het was zonneklaar: Emma le Roux in levensgevaar, maar de zogenaamde lijfwacht ziet niets, zegt niets, hoort niets en doet niets. Voor hoeveel rand per dag? Die ongelooflijke onbeholpenheid. Pas toen het te laat was, schrok u wakker. Toen wilde u links en rechts straf gaan uitdelen. Maar in feite klopt het wel. Bent u niet die grote, sterke man die een onschuldige jonge stagiair met zijn blote handen heeft doodgeslagen? We hebben u nagetrokken, meneer Lemmer. Zo'n treurig, nietszeggend leven. En het wordt er niet beter op. Nu bent u de bajesklant die niets beters kan bedenken dan zijn clienten bedriegen met ogenschijnlijke vaardigheden, de jongen die zich in een klein dorp voor zijn verleden verstopt, die zijn opdrachten krijgt van een lesbienne die haar best doet om als een man te leven en te praten...'

Tegen die tijd ben ik bij hem en heb ik mijn arm naar achteren getrokken voor de klap. Jeanette schreeuwt: 'Lemmer!' en Wernich glimlacht zelfvoldaan: 'U bent in wezen een lafaard, meneer Lemmer. Net als uw vader...'

Ik sla hem, hij valt achteruit tegen het glas en zakt op de grond.

Jeanette is nu bij me, tussen ons in. Ze duwt me hardhandig weg. 'Laat hem gaan,' zegt ze.

'Ik ga hem vermoorden.'

'Je gaat hem met rust laten,' zegt ze en ze pakt me bij mijn kraag.

Wernich veegt het bloed van zijn mond en staat langzaam op. 'Voordat u verdergaat... Het is niet meer dan eerlijk dat u het weet: iedereen in ons kantoor wordt op video gevolgd. U zult misschien eerst de camera buiten werking willen stellen voordat u verdergaat. Anders zou het nog een koelbloedige moord kunnen lijken.'

Jeanette houdt haar hand in mijn kraag en zegt tegen Wernich: 'Doe niet zo belachelijk. Hoeveel heb jij er op je kerfstok, Wernich? Vier, vijf, zes? Even kijken: je vennoot? Ik zie dat jullie het een bergbeklimmingsongeval noemen. Hij was het niet eens met die toestand met Machel, dus zo ben je van hem af gekomen? En het echtpaar Le Roux, de jachtopziener, de hekwachter...'

'Je gaat naar de gevangenis,' zeg ik tegen hem.

'En dat gebeurt voor- of nadat u me hebt doodgeslagen?'

'Je gaat de bak in, reken maar.'

Hij kijkt me fronsend aan. 'Denkt u dat, meneer Lemmer? Denkt u dat echt?'

'Ja, dat denk ik.'

Hij haalt een spierwitte zakdoek uit zijn zak en veegt over zijn mond. Dan loopt hij traag naar zijn troon en gaat langzaam zitten, alsof hij moe is. 'Er is nog het probleempje van de bewijzen, meneer Lemmer.'

Jeanette drukt me in een stoel tegenover hem. 'De bewijzen zitten in een politiecel in Hoedspruit,' zeg ik.

Hij zucht. 'Voor uw beperkte intellectuele vermogens heb ik nog enig begrip, meneer Lemmer, dat is genetisch. Maar voor uw naiviteit niet.' Hij kijkt naar Jeanette. 'Ga gerust zitten, juffrouw Louw. We kunnen niet onderhandelen als we niet allemaal kalm en rustig zijn.'

'Onderhandelen?' vraagt ze.

'Ja, onderhandelen. Maar voordat we zover zijn, wil ik graag weten, gewoon uit belangstelling: hoe had u gedacht dat alles van nu af aan zou lopen? Had u werkelijk gedacht dat Eric vrijwillig alles aan de politie gaat vertellen?'

'Kappies heeft vannacht gezongen als een kanarie, Quintus.'

'Nou goed, laten we zeggen dat Kappies alles vertelt wat hij weet. En dan?'