Onzichtbaar - Onzichtbaar Part 27
Library

Onzichtbaar Part 27

'Weet je dat Soe-zin jou echt ziet zitten?'

Ik onderdruk de impuls om te lachen, mijn ribben doen nog te veel pijn. Dick heeft alles uitgedacht. Hij en Emma, ik en Soe-zin, allemaal gelukkig. 'Het is een leuk meisje,' zeg ik.

'Ze is hot, man.'

Heeft hij dat aan den lijve ondervonden?

'Ja, vast wel.'

Hij hoort me niet, zijn gedachten zijn alweer bij Emma. Hij tuurt in de verte, naar het veld en de mopanes. 'Het is maf, weet je, met Emma... ik had gewoon het gevoel dat het klikte, of zo...'

'O?'

'Man, ze is gewoon radicaal, zeg maar, vet mooi, zeg maar. Weet je? En clever, je snapt me wel, ze is echt superclever. Er zijn zat chicks die er zo goed uitzien, maar die zijn zeg maar helemaal lijp. Maar Emma, die is echt...'

En dan bedenkt hij opeens iets. 'Waarom heeft ze een lijfwacht nodig? Is ze beroemd of zo?' vraagt hij bezorgd, alsof dat zijn kansen verkleint.

Het duurt even voordat ik besef dat Dicks diepe belangstelling nuttig kan zijn.

'Nee, gewoon voorzichtig. Weet je waarom ze hier was, Dick?'

'Nee.'

'Ze kwam haar broer zoeken.'

'Hectisch, man. Heeft ze hem gevonden?'

'Nee. Maar ik ga het proberen. En jij kunt helpen.'

'Je zegt het maar, bro.'

Ik ben gepromoveerd. Van 'man' naar 'bro'.

'Ken je Edwin, die hekwachter?' vraag ik.

'Die ken ik.'

'Weet je waar hij woont?'

'Ja hoor. Iets van vijfhonderd meter van het station van Acornhoek. Zo'n twintig kilometer hiervandaan. Je volgt de weg naar Nelspruit tot je het bordje ziet. Als ik geen dienst had, kon ik het je laten zien. Maar je kunt het niet missen. Net voorbij het station van Acornhoek sla je links af, en dan is het aan de linkerkant. Voor het huis heeft hij een laag betonnen muurtje met zo'n half-karrenwielmotief zeg maar en dat heeft hij roze geverfd. Radicaal, bro.'

'Ik vind het wel. Weet je hoe hij van zijn achternaam heet?'

Hij denkt hard na. 'Nee. Ik zou het moeten weten, maar...'

'Maakt niet uit. En ik wou je nog wat vragen: er bestaat een mogelijkheid dat Emma's broer bij Mogale heeft gewerkt. Dat opvangcentrum. Daar zoek ik informatie over...'

Hij schudt zijn hoofd. 'Dat is het gekkengesticht, bro...'

'O?'

'Stelletje mafketels, kan ik je wel vertellen.'

'Vertel op.'

'Radicaal, man. Ze zijn radicaal.'

Net als een roze betonnen muurtje? Of Emma's schoonheid?

'In welk opzicht, Dick?'

'Gestoord, zeg maar, bro, hectisch radicaal, weet je wel.'

Ik weet het niet. Dick praat een taal die een tikje lastig te ontcijferen is. 'Kun je iets duidelijker zijn?'

'Ik heb geen bewijs of zo, zeg maar, bro. Maar je hoort weleens dingen...'

'Zoals?'

'Zoals... oke, ik zal het je vertellen.'

30.

Dick vertelt dat er twee jaar geleden, toen hij pas een paar maanden bij Mohlolobe werkte, een boodschap voor hem bij de receptie lag van ene Domingo Branca. De inhoud was informeel en vriendelijk: wil je andere jongelui uit het district ontmoeten? Kom dan op zaterdagavond een biertje halen in de Warthog Bush Pub, een lokale tent bij het vliegveld aan de weg naar Guernsey.

Ze waren met z'n vieren. Donnie Branca en Cobie de Villiers van Mogale, David Baumberger van Molomahlapi Private Game Reserve en Boetie Strydom van de Makutswi Wildlife Ranch. Het begon als een gezellige avond. Ze verwelkomden hem in Laeveld, vroegen waar hij vandaan kwam, roddelden over hun werkgevers, wisselden verhalen uit over de seksuele kansen die toeristen bieden, de raarste plekken en omstandigheden waarin ze dat soort diensten geleverd hadden, de prestaties van de rugbyteams in het land.

Het gewone gesprek tussen jonge, ongetrouwde mannen.

Branca was de leider van de groep, dat was van meet af aan duidelijk. Baumberger was de grapjas, Strydom de ervaren jongen die in die buurt was opgegroeid en De Villiers zei vrijwel geen woord.

Vele uren en biertjes later begon Branca het gesprek in een andere richting te sturen. Dick besefte pas meer dan een jaar later, toen hij de andere verhalen hoorde, hoe behendig hij dat deed: van roddel, seks en rugby naar dierenverhalen, naar natuurbehoud, naar bezorgdheid om de eindeloze projectontwikkeling, de vele wildparken, de concurrentie, het zwakke bestuur van de Nationale en Provinciale Parken, de grondclaims, het groeiende gevaar voor het ecosysteem... Voorzichtig, geen radicale uitspraken, geen directe verwijzingen of politiek incorrecte opmerkingen. Alleen een beleefd aftasten van de stemming: hoe staat Dick tegenover dat soort kwesties.

En Dick staat eigenlijk nergens. Hij is maar een verlopen surfer uit Port Elizabeth en heeft een beroep en een baan gevonden die naadloos aansluiten op zijn uitverkoren levensstijl: hij is de hele dag buiten, vindt de natuur 'cool' en geniet van de toeristen die aan zijn lippen hangen als hij de informatie geeft die hij in de loop der jaren her en der heeft opgepikt.

'Ik ging het weekend daarna weer naar de pub, maar ze waren er niet. En later viel eigenlijk pas het kwartje. Ik was zeg maar gezakt voor een test, weet je wel. En ze hebben me nooit meer uitgenodigd.'

De maanden erna begon hij geruchten te horen. Niets concreets, een flard hier, een brokje daar, uiteenlopende bronnen en plaatsen: eerst alleen anonieme waarschuwingsbrieven aan boeren, gemeenschappen en ondernemingen over de schade die ze in de natuur aanrichtten. Later werden het dreigbrieven. Altijd ondertekend met de letters H.B.

Toen meer dan brieven.

Bij het bestuur van het Krugerpark werden foto's bezorgd van zwarte jachtopzieners die een antilope boven een vuur roosterden. 's Nachts gebeurde er van alles. Alle honden van een dorpje werden vergiftigd bij Ga-Sekororo, tussen het natuurgebied van Legalameetse en het Makutsi-reservaat. Intimiderende schoten in de nacht bij de stamgronden van een groep die een grondclaim tegen een belangrijk wildpark had.

Niemand wist wie er verantwoordelijk was. Er waren zoals altijd theorieen en beschuldigingen, vingerwijzingen en ontkenningen. De letters H.B. zorgden voor de meeste speculaties. Het leven van bananenboer Hendrik Bester werd zo vergald dat hij overwoog zijn boerderij te verkopen. Mensen voerden er hele discussies over, of het een Latijnse, Afrikaanse, Engelse, sePedi- of Venda-afkorting was.

De incidenten begonnen te escaleren. Op voetpaden in de buurt van het Manyeleti-wildpark die de inwoners van Tlhavekisa gebruiken, raakten twee vermeende wilddieven hun benen kwijt in luipaardklemmen. De gebouwen van een zaagmolen die een moeras bij Graskop had vervuild, brandden af. Twee mannen uit Dumfries werden in elkaar geslagen en vastgebonden aan de impala's die ze uit het Sabi Sand Game Reserve hadden gestolen. Honden werden in de velden doodgeschoten. Een man en een vrouw die gespecialiseerd waren in het slachten van dieren voor traditioneel medicinaal gebruik, werden in elkaar geslagen. Zij vertelden, net als de impaladieven, over de verschrikkelijke geruisloosheid en doeltreffendheid van die nachtelijke overvallen. Er werd geen woord gezegd. En de overvallers waren gemaskerd. De twee dingen waaraan mensen in deze wereld herkend kunnen worden, taalgebruik en huidskleur, waren doeltreffend uitgeschakeld.

Niet voldoende voorvallen om angst of hysterie te ontketenen. Het gebeurde sporadisch, met maanden ertussen, verspreid over twee provincies en duizenden vierkante kilometers, verhalen die tijd nodig hadden voordat de tongen loskwamen en de speculaties aanwakkerden. En het enige aanknopingspunt was die afkorting.

H.B.

Het hardnekkigste gerucht is dat het staat voor honey badger. De honingdas. Of honingdassen, omdat het een groep is. Wie het eerst met deze theorie kwam, is onbekend.

Er gingen zoveel geruchten over wie er achter het H.B.-front schuilgingen dat Mogale en zijn personeel in het gedruis verdwenen. En dan ineens stonden ze weer in de schijnwerpers. Misschien omdat de mensen van het opvangcentrum hun bezwaren tegen projectontwikkeling, beschadiging van het milieu en informele wildstroperij niet onder stoelen of banken staken. Misschien omdat ze nooit meezongen in het koor dat de H.B.-activiteiten veroordeelde. Misschien zelfs omdat hun tamme honingdas de bekendste in de provincie is. Maar sinds Cobie de Villiers door ooggetuigen is aangewezen als de man die op klaarlichte dag drie gierenvergiftigers en een sangoma heeft vermoord, ligt de verdenking volledig op Mogale. De dood van Frank Wolhuter heeft tot een heel nieuwe reeks geruchten geleid. Dat Frank het brein achter H.B. was, maar koudwatervrees kreeg en door zijn volgelingen is vermoord. Dat een tegenreactiegroep uit de zwarte gemeenschap hem om het leven heeft gebracht. Dat een tak van de inlichtingendienst van de staat verantwoordelijk is voor zijn terechtstelling.

'Het is crazy, bro, de shit die allemaal beweerd wordt.'

'Waarom is "de shit" niet in de kranten terechtgekomen?'

'Het heeft wel in een paar plaatselijke sufferdjes gestaan, maar niemand weet echt wat er in jezusnaam aan de hand is.'

'Waarom "honey badger"?'

'Geen idee, bro. Als je het weet, mag je het zeggen. Misschien... Honingdassen zijn keiharde krengen, pikken niks van niemand. Opereren zo'n beetje in hun eentje, onzichtbaar, in het struikgewas, en pakken enge dingen aan, zoals slangen. En het zijn, zeg maar, survivors... Awesome symbool, vind je niet?'

'Awesome,' beaam ik. Ik vraag me af wat hij zal zeggen als ik hem vertel dat de honingdas het lievelingsdier is van Cobie de Villiers. 'Maar je vertelde dat er die avond in de Bush Pub nog andere mensen waren, niet van Mogale.'

'Ik denk dat het een netwerk is, bro. Een soort genootschap. Maar Mogale trekt aan de touwtjes. Niet dat ik bewijs heb... Maar die Cobie is een godvergeten mafketel.'

'O?'

'Die gast zegt nooit iets, maar als je in zijn ogen kijkt, zeg maar, echt... radicaal, bro. Mafketel.'

'En je hebt geen sympathie voor hun zaak?'

'Ik weet niet zeker of ik je kan volgen.'

'Je staat helemaal niet achter hun zaak?'

'Jezus, nee, bro. Ik bedoel, kijk om je heen. We zitten midden in een fucking natuurreservaat, vlak naast het grootste wildpark op de aardbol, vijfendertigduizend vierkante kilometer als je het hele Limpopo-gebied tot over de grens erbij neemt, groter dan heel Nederland, man, 147 soorten zoogdieren en 507 vogelsoorten, ziet het eruit of we op een stelletje moorden zitten te wachten?'

'Ik snap het. Maar de vraag is, waarom zien zij het niet zo?'

'Ja sorry hoor, bro, but that's the way you are.'

'Ik?'

'Jij niet, de Afrikaners. Altijd een paar radicalen in dit land die een geheim genootschap moeten hebben. Weet je hoeveel het er zijn? Jullie hebben, zeg maar, een soort van aanleg... Heb je weleens gehoord van die klojo's die zich het Verbondsvolk noemen? En de Dochters van Sion?'

'Nee.'

'Slaat helemaal nergens op, bro. Die hebben een of andere dode profeet die in de toekomst kon kijken, ze hebben alle hoofdstukken van Paulus uit de Bijbel gescheurd en ze geloven dat zij de uitverkoren piepeltjes zijn. Fucking afwijking, dat hebben jullie.'

'Dat is zeker waar.'

'Wist je dat er een Boerenmaffia is in Nelspruit?'

'Nee.'

'Die beheersen alles, man. Je kunt geen hectare ontwikkelen als zij geen aandeel krijgen.'

'Ik dacht dat het anc in de gemeenteraad in Nelspruit zat.'

'Het gaat om geld, bro, daar draait het om in de wereld. Daar kun je alles voor kopen.'

Toch is er iets wat niet klopt. 'Dick, als het Afrikaners zijn die overal achter zitten, waarom gebruiken ze dan een Engels begrip?'

'Ik kan je even niet volgen, bro.'

'Als H.B. een afkorting is voor "honey badger".'

Hij schudt alleen maar verwonderd zijn hoofd. 'Radicaal, man, totaal radicaal.'

Ik denk dat Dick een nieuw stopwoord heeft.

Als ik wegrijd, bedenk ik hoe mensen je kunnen verrassen.

Eerst Jeanette Louw. Voormalig sergeant-majoor, keihard en direct, neem-me-zoals-ik-ben, zal nooit een eufemisme of een meelevend woord over haar lippen laten komen. Maar als ik om een auto vraag, krijg ik een dure Audi A4 ze had ook met een Nissan Almera of een Toyota Corolla kunnen komen.

Ik vraag om een vuurwapen en ze zorgt voor een Glock van de zwarte markt met weggevijld nummer, ze gaat hem testen op een schietbaan en komt hem zelf, persoonlijk, brengen. Ze had hem aan B.J. en Barry mee kunnen geven. 'Je mankeert niks,' zei ze toen ze me zag. Maar op het parkeerterrein had ze me op haar gebruikelijke despotische manier bevolen: 'Lemmer, vertel nu eens echt: hoe voel je je?' Met een bezorgdheid in haar ogen die aan moederlijkheid grensde.

Jeanette die zei: 'Ze kwam binnen en zei dat ze de beste zocht. Maakte niet uit hoeveel het kostte. En toen heb ik jou de klus gegeven.'

Niet te geloven.

En dan is er Dick. Mijn eerste indruk was een arrogant, irritant Engels lulletje. Maar dan komt hij achter me aan racen omdat hij verliefd is op Emma le Roux en laat hij zijn ware aard zien: ongevaarlijk en... naief is misschien het goede woord.

Dat hij zich aangetrokken voelt tot Emma verbaast me niet. Hij is haar type en heeft dat vast instinctief aangevoeld. Zijn belangstelling was al duidelijk vanaf de eerste keer dat hij haar zag. Ik had alleen niet verwacht dat hij zoveel moeite zou doen. En zelfs bij Soe-zin zou polsen of ze beschikbaar was om mij bezig te houden terwijl hij Emma probeerde te versieren. Zijn de mogelijkheden voor een aantrekkelijke blondine in deze uithoek van Laeveld zo beperkt dat ze belangstelling zou hebben voor Lemmer uit Loxton?

En natuurlijk de heerlijke ironie: terwijl Dick de Susan-mogelijkheid voor mij uitstippelt, kan ik aan niets anders denken dan de zwarte mamba van jaloezie in mijn borst. De drang om hem bij zijn kaki met groene kraag te grijpen en tegen hem te zeggen: 'Blijf met je senior-game-ranger-poten van Emma af.'

Mensen. Ze blijven je altijd verrassen.

Zoals Donnie Branca die op zijn podiumpje met zoveel passie en kennis over de overlevingsstrijd van de Afrikaanse gieren sprak. En nu is hij misschien een ecoterrorist die 's nachts op de loer ligt om wilddieven in elkaar te slaan, zijn huid en gezicht bedekt om zijn ras en identiteit te verbergen. Was hij een van de aanvallers bij de trein? Hadden ze daarom bivakmutsen op en handschoenen aan? Om ook hun etnische achtergrond te verstoppen?

Heel goed mogelijk.

Maar Branca was niet een van hen. Ik heb hem goed bekeken. Ik ken zijn bewegingen, zijn manier van lopen, zijn houding, zijn lengte. Hij is atletisch, lenig, fit. De bivakmutsen waren alle twee kleiner en hun bewegingen minder zeker. Niet lomp, maar toch met een zweem van ongemak in de vrije natuur, alsof het niet hun natuurlijke habitat was.

Het kan dat ze door Branca gestuurd waren. Het kan dat ze deel uitmaken van het netwerk waar Dick het over had.