Onzichtbaar - Onzichtbaar Part 25
Library

Onzichtbaar Part 25

'Zijn jullie gewapend?' vraag ik.

Ze knikken.

'Heeft de politie nog mensen bij haar deur?' wil Jeanette weten.

'Ja. En die zullen niet blij zijn met onze aanwezigheid.'

'Ze kunnen de pot op,' zegt Jeanette. 'Ik heb een betalende klant.'

'Goed argument.'

Jeanette kijkt naar Fikter en Minnaar en zegt: 'Jullie bellen me als er problemen zijn.'

Weer een woordeloos 'ja'.

'Waar ga jij heen?' vraag ik.

'Ik ga terug naar de Kaap. Het is hier godverdomme veel te warm en bedompt.' Ze staat op. 'Kom, Lemmer, loop even mee. Ik heb een pakje voor je.'

Ze zegt Fikter en Minnaar gedag en we lopen door de ziekenhuisgangen naar haar huurauto. De hitte is vandaag zoals hij was toen ik hier aankwam: onverdraaglijk.

Mijn ogen scannen instinctief het parkeerterrein, van rechts, langs de uitgang in het midden, naar links. Het staat maar half vol op deze stille maandag. Ergens zingen vogels.

'Wat een hitte,' zegt Jeanette en ze veegt haar voorhoofd af.

'Niets voor Kaapse watjes.'

'Loxton ligt ook in de Kaap.'

'Noord-Kaap,' zeg ik hooghartig. Dan zie ik de zwarte Jeep Grand Cherokee, zes rijen links van de uitgang, twee mensen voorin, tweehonderd meter ten noordoosten van ons. Twee mannen, denk ik. Waarom zitten ze daar zo?

'De reet van de aarde.' Meteen weer ernstig: 'Lemmer, vertel eens: hoe voel je je?'

'Een paar kneuzingen, Jeanette. Morgen, overmorgen is alles weer in orde.'

'Weet je dat zeker?'

'Ja.'

'En je hoofd? Zaterdag was je in shock...'

De twee in de Jeep zitten gewoon te zitten. Misschien is het niets. Gewoon twee mensen die op iemand wachten. Misschien niet. Het lijkt alsof ze naar ons kijken.

'Zaterdag was een zware dag. Ik mankeer niets.'

'Vooruit dan...'

'Niet naar links kijken. Ik denk dat we gasten hebben.'

Ze is een ouwe rot. Ze kijkt me aan. 'Hoe wil je het aanpakken?'

'Het is misschien niets, maar ik wil het zeker weten. Waar staat je auto?'

'Die kant op.' Ze knikt naar rechts, noordwest.

'Oke. Heb je een wapen bij je?'

'Ja.' We lopen door, zo voor het oog rustig babbelend.

'Wat heb je gezien?'

Ik kijk doelbewust een andere kant op. 'Zwarte Jeep Grand Cherokee, niet het nieuwste model, het vorige. Staat met zijn neus naar ons toe, op elf uur, honderd meter van ons af, misschien wat minder. Twee voorin, te ver om meer te zeggen.'

'De politie gebruikt geen Jeeps.'

'Klopt.'

'Het pistool zit in mijn bagage, achterin. Het is de Glock 37, er gaan tien .45 gap-patronen in het magazijn. Gisteren heb ik vanaf vijfentwintig meter een grouping van twee centimeter geschoten. Vanaf vijftien meter was het minder dan een centimeter. Weinig terugslag en goed in snelvuur. Ik heb twee magazijnen en honderd patronen voor je meegebracht. Je moet eerst het magazijn erin doen als je het nu wilt gebruiken.'

'Oke.'

'Wat kan ik doen?'

'Doe het magazijn erin zonder dat ze het zien en geef mij de Glock. Dan stap je in de auto en wacht op mij.'

'Goed.' Doodkalm. Geen verwijten over mijn onverwachte spraakzaamheid.

We komen bij haar huurauto, een witte Mercedes C180. Ze klikt op de afstandsbediening en de auto piept en knippert met zijn lichten.

'Burgers,' zegt Jeanette met een hoofdknik in de richting van een bejaarde man en vrouw die in een Corolla stappen, tussen ons en de Jeep in.

'Ik zie ze.'

Dan doet ze de kofferbak van de Mercedes open en zoekt in haar koffer. 'De nummers van de Glock zijn weggevijld, maar je bent nog in je proeftijd...'

'Ik weet het.'

'Ik leg hem naast de koffer. De veiligheidspal zit er nog op.'

Ze doet een stap naar achteren. Ik buk me om de Glock te pakken, houd mijn lichaam tussen het pistool en de Jeep, trek mijn overhemd uit mijn broek en steek het pistool onder mijn overhemd in mijn riem.

'Tot straks.' Ik draai me om en begin in de richting van de Jeep te lopen, niet te snel, niet te langzaam. Kijk de andere kant op. Ik hoop dat ze denken dat ik mijn auto zoek. Ik had liever de Glock achter mijn rug gehad, makkelijker te bereiken, makkelijker te trekken.

Vijfenzeventig meter. Ik kijk vanuit mijn ooghoek naar de Jeep. Te ver voor details, maar ze zitten er nog steeds.

Achter me krijgt de oude man zijn Corolla aan de praat.

Zestig meter.

Ik hoor de motor van de Jeep starten. Benzinemotor, de V8-brom, onmiskenbaar. Ik trek mijn overhemd omhoog, leg mijn hand op de kolf van het pistool en begin te rennen.

De Jeep schiet uit de parkeerplek en zwenkt naar links. Hij wil naar de uitgang. Ik begin te rennen in een poging hem af te snijden, maar kan de Glock nog niet trekken vanwege de omstanders, want ik wil niet dat iemand de politie belt. Ik kijk naar de Jeep. Ze moeten eerst vijftig meter mijn richting uit voordat ze naar de uitgang kunnen draaien. Ik haal het misschien net, en blijf rennen. Mijn knie protesteert, mijn ribben vinden het ook niet zo'n geweldig idee.

De Jeep meerdert vaart, de bestuurder is het dichtst bij me, veel kan ik niet zien, het lijkt een blanke. Passagier? Waar is de passagier? Hij zit weggedoken, zijn hoofd zo laag mogelijk, ik ben nog twintig meter bij hen vandaan als ze met piepende banden links afslaan om naar de uitgang te rijden. Ik ga het niet redden, ben te ver weg. Ik concentreer me op de bestuurder, zie hem, en dan de nummerplaat. TWS 519 GP. Ik draai me om en ren naar Jeanette. De Corolla komt eraan, de oude man heeft geen haast, hij en zijn vrouw kijken hoe ik over het parkeerterrein ren, bezorgde gezichten, wat gebeurt daar?

Ik zie Jeanette naar me toe rijden met de Mercedes. Ik kijk om, de Jeep is al bij de uitgang. Kom, Jeanette, kom. Dan rijdt de Corolla voor haar, ze wil erlangs, maar het opaatje slaat af naar het hek, recht voor haar. Jeanette trapt op de rem, de abs van de Mercedes doet zijn werk, ze mist ze op het nippertje. Ik ben bij de Mercedes, ruk het portier open en spring erin.

'Fokking opa en oma,' zegt ze en ze geeft gas, en met een Gauloises tussen haar vingers zwenkt ze om de Corolla heen, racet naar het hek. Opa en oma kijken met grote ogen toe. De Jeep is weg.

'Heb jij gezien welke kant ze op gingen?'

'Nee. Ik keek hoe jij voor opa remde. Maar ik heb het kenteken.'

'Dat mag ik hopen.'

Ze stopt bij het hek. We kunnen alleen links of rechts de weg op.

Geen spoor van de Jeep.

'Fok,' zegt ze.

'Hoho, niet waar de kinderen bij zijn.'

Achter ons toetert opa. Jeanette Louw verstijft even. En dan lacht ze, haar keiharde blaf, en schudt haar hoofd. 'Nu heeft opa haast. Wat doe je eraan?'

'We doen er niks aan. Bovendien heb ik wat ik wilde: een gezicht en een nummer. Kom, we gaan terug.'

Opa toetert weer, schel en humeurig. Jeanette trekt op en maakt een U-bocht terug naar het parkeerterrein.

'Er gaat niets boven een beetje adrenaline om de middag mee op te frissen,' zegt Jeanette. 'Kwam het gezicht je bekend voor?'

'Nee, maar ik weet nu wel hoe hij eruitziet. Wat ik wil weten, is waarom ze hier gisteren niet waren.'

'Ze wisten zeker niet waar jullie waren.'

'Of ze wilden eerst weten of Emma het zou overleven.'

'Je moet het tegen B.J. en Barry zeggen.'

'Dat zal ik doen.'

Ze parkeert. Ik pak de envelop waarin een van de briefjes van Maggie T. heeft gezeten. 'Hier zit een kogelhuls in. Ken jij iemand die ernaar kan kijken? Alles. Vingerafdrukken, soort geweer...'

'Misschien. Geef me dat kenteken van de Jeep ook maar.' Ze vist een pen uit de zak van haar jasje, ik geef haar het nummer en ze schrijft het op de envelop. Dan stapt ze uit. Ik ook. Ik kijk weer goed rond. Niets. Jeanette loopt om naar de kofferbak. Ze doet hem open, rommelt achterin en draait zich om met een blauw-met-witte supermarkttas.

'Extra magazijn, honderd patronen, schouderholster. Ik neem aan dat je telefoon nog zoek is?'

'Ja.'

'Hier is een nieuwe, want ik wil weten wat er gebeurt. Prepaid met vierhonderd rand beltegoed. En het geld. Tienduizend in biljetten van honderd rand. Dat is reteveel geld, Lemmer, ik wil kwitanties.'

'Ik zal mijn best doen.'

Ze overhandigt me de tas formeel.

'Dank je, Jeanette.'

'Niks te danken. Luister eens even goed naar me. Zorg dat je die klootzakken te pakken krijgt, maakt niet uit hoe. Maar blijf uit handen van de politie. Als ze je met die Glock pakken, vlieg je de bak weer in. Dat weet je.'

'Ja, mam.'

'Lemmer, ik meen het serieus.'

'Ik weet het.'

'Goed dan,' zegt ze en ze draait zich om.

'Jeanette...'

Ze blijft geirriteerd staan en veegt weer zweet weg. 'Wat?'

'Als ze zo schatrijk is, waarom heeft ze dan de goedkoopste optie genomen?'

'Wie? Emma?'

'Ja.'

'Jij denkt dat je de goedkoopste optie bent?'

'Ik weet dat ik dat ben.'

Ze schudt haar hoofd. 'Jij weet niks. Ze kwam binnen en zei dat ze de beste zocht, maakte niet uit wat het kostte.'

Ik wacht tot ze gaat lachen en laat merken dat het een grap is. Dat gebeurt niet.

Ze ziet mijn verbijstering. 'Ik meen het serieus, Lemmer.'

'Toen heb je mij de klus gegeven?'

'Toen heb ik jou de klus gegeven.'

'Je neemt me in de maling.'

'Bij deze hitte?'

Ze blijft even staan en doet dan het portier open. 'De ballen, Lemmer. En gelukkig nieuwjaar.'

'Krijg ik vandaag geen kusje en een knuffel?'