Onzichtbaar - Onzichtbaar Part 19
Library

Onzichtbaar Part 19

'Laat dat "en zo" maar zitten. Er is een patient bij.'

'Zo, broer, je bent zeker flink beurs?'

'Ik overleef het wel.'

'Een stoere bink. Dat werkt niet bij vrouwen.'

'Soms wel,' zegt ze.

'Maar een goeie vrij...'

'Koos!'

Hij grinnikt, haalt een plastic potje pillen uit de zak van zijn witte jas en zet dat voor me op tafel. 'Neem er vanavond twee, voor je gaat slapen, en vanaf morgen een na elke maaltijd. Dat helpt tegen de pijn en zorgt dat je goed uitrust. Maar niet meer dan drie per dag en als je geen pijn meer hebt, gooi je ze gewoon weg.'

'Goed, dok.'

'Hij is niet zo snugger, he? Misschien omdat hij verliefd is. Dat verpest je kop.'

'Denk je dat hij verliefd is?'

'Dat weet ik wel zeker.'

'Je klinkt beter,' zegt Jeanette Louw door de telefoon. Ik kan horen dat ze een Gauloises tussen haar lippen heeft.

'Ze hebben me een injectie gegeven. Ik heb zes uur geslapen.'

'Ik weet het. Ik heb tegen ze gezegd dat ze iets moesten doen. Je had jezelf moeten horen. Hoe is het met haar, Lemmer?'

Ik vertel het.

'Dat klinkt niet goed.'

'Ik weet het.'

'Dit is niet jouw schuld, Lemmer.'

'Daar ben ik niet zo zeker van.'

'Lul toch niet zo. Wat had je kunnen doen?'

'Ik had haar bedreiging serieus moeten nemen. Ik had haar moeten geloven.'

'Wat zou je dan anders hebben gedaan?'

Ik weet het niet. Ik wil daar nu niet aan denken. 'Ik heb dingen nodig.'

'Wat dan?'

'Twee onzichtbaren. Een auto. Geld. En een vuurwapen.'

Het kost haar niet veel tijd om haar conclusie te trekken. 'Je gaat achter ze aan.'

'Ja.'

Weer een stilte. Ik hoor hoe ze tweeduizend kilometer verderop een trek van haar sigaret neemt en de rook uitblaast.

'Is tienduizend genoeg?'

Deel II.

23.

De bewakers bij de intensive care zijn geuniformeerde broekies die ik niet ken. Phatudi's pummels doen zeker de dagdienst, maar deze twee lijken me niet veel gewiekster. Met hun pistool op de heup zitten ze naar me te kijken tot ik bij ze ben. Een van hen staat op.

'Verboden toegang.' Zijn ogen zijn rood van de nachtdienst.

'Mijn naam staat op de lijst.'

'Wie bent u?'

'Lemmer.'

Hij haalt een opgevouwen papier uit zijn borstzak en vouwt het open.

'Martin Fitzroy?'

'Ja.'

'U moet hier wachten.'

De bivakmutsen zouden hen in minder dan vier seconden elimineren.

Ik wacht. Tegen kwart over zeven komt Eleanor Taljaard Emma's kamer uit. Ze ziet er moe uit. Ik vraag me af wanneer ze voor het laatst heeft geslapen. Ze zegt dat er 'positieve tekenen' zijn. 'Ze ligt nog steeds in coma maar reageert sterker op externe stimuli. Haar Glasgow-index is nu acht.'

'In hoeverre vergroot dat haar kansen?'

'Dat kan ik pas zeggen als we vanavond de CT-scan hebben gedaan.'

'Min of meer?'

'Het is giswerk, Lemmer...'

'Dat snap ik.'

'Ik zou zeggen meer dan vijftig procent.'

'Dat is een verbetering na de vierendertig van gisteren.'

'Inderdaad. Maar laten we niet te hard van stapel lopen. Er moet nog heel veel gedaan worden. En jij kunt helpen.'

'Ik?'

'We moeten haar stimuleren, Lemmer. Jij bent de enige wiens stem ze kent. Ik wil dat je met haar gaat praten.'

'Praten?'

'Ja. Ik wil dat je op de stoel naast haar bed gaat zitten en met haar praat.'

'Hoe lang?'

'Zo lang mogelijk. Je hebt de hele dag...'

'De hele dag?'

'Je kunt natuurlijk gaan eten en drinken wanneer je trek hebt, maar hoe langer je met haar praat hoe beter.'

'Wat moet ik tegen haar zeggen?'

'Wat je maar wilt. Hou je stem monotoon, praat zo hard dat ze je net kan horen. Praat tegen haar.'

Eigen schuld dikke bult.

Eleanor ziet mijn verwarring.

'Kop op, Lemmer, ze zal niet verstaan wat je zegt. Pak een boek en lees haar voor. Of vertel de inhoud van een film die je hebt gezien. Wat dan ook. Ze heeft je nodig.'

Ze ziet er levenloos en breekbaar uit, bleek en verloren. Ze hebben haar hoofd kaalgeschoren, er zit verband om haar hoofd en haar borst, er zijn draden aan haar gekoppeld, er zit een infuus in haar arm, er zijn monitoren en apparaten, zachte elektronische geluiden. Haar linkerhand ligt op de sprei, doodstil. Ik wil hem vastpakken.

Ik ga naast haar bed zitten. Ik wil niet naar haar kijken. Ik werp een blik op het raam tegenover haar. Eleanor Taljaard staat daarachter naar me te kijken. Ze knikt naar me, en ik naar haar. Ik kijk naar Emma.

'Het spijt me.' Te zacht, ze zal me niet kunnen horen. Ik schraap mijn keel. 'Het spijt me, Emma.'

Alleen de elektronica van haar levensfuncties geven antwoord.

Wat moet ik tegen haar zeggen?

'Ik... de dokter zegt dat je me kunt horen.'

De hele dag? Dat gaat niet lukken. Waar haal ik een boek vandaan? Of een tijdschrift? Een damesblad, dat is misschien de oplossing.

'Ze zeggen dat het vanochtend beter met je gaat. Ze zeggen dat er nu een goede kans is dat je geneest. Je moet even doorbijten...'

Wat is dat voor stom woord, 'doorbijten'? Hoe kun je tegen iemand in coma zeggen dat ze moet doorbijten? Ik ben niet goed snik.

'Emma, ze hebben gezegd dat ik tegen je moet praten. Omdat je mijn stem kent.'

Zeg tegen haar wat gezegd moet worden.

'Het is mijn schuld, Emma. Ik had je moeten geloven. Dat is de fout die ik heb gemaakt. Het spijt me verschrikkelijk. Ik dacht dat ik slim was. Ik dacht dat ik mensenkennis had, dat ik jou kende. Ik had het mis.'

Ze ligt daar maar.

'Ik zal het goedmaken. Dat beloof ik je. Ik zal het goedmaken.'

Hoe?

'Ik weet nog niet hoe, Emma.'

Dan ga ik weer rechtop zitten en zwijg.

Ik kijk naar het raam. Ik wil alleen vragen of ik snel weg mag. Dokter Taljaard is er niet meer. Ik ben nu alleen met Emma. Ik kan de langzame beweging van haar borst zien, de adem, in en uit. Haar hand zo vreselijk stil.

Ik orden langzaam en voorzichtig mijn gedachten en zeg: 'Ik moet doorpraten. Je weet dat ik daar niet goed in ben. Het punt is, ik weet niet wat ik nog meer tegen je moet zeggen. Ze hebben me geen tijd gegund om na te denken. Ik hoop dat je dat snapt. Ik ga straks een tijdschrift kopen. Ik vraag me af wat je leest. Het zijn er zoveel tegenwoordig... Vanochtend heeft het weer geregend. Geen onweersbuien zoals laatst, maar zachtere regen. Ik ben net buiten geweest. Voor het eerst sinds we... het is niet meer zo heet.'

Kan ik even weglopen om een tijdschrift te kopen?

'Eleanor Taljaard lijkt te weten wat ze doet. Ze is een jaar of vijftig. Haar man werkt ook hier. Hij heet Koos. Het is een interessant stel. Hij is kleiner dan zij. Het lijkt of ze heel... of ze heel goed met elkaar kunnen opschieten.'

Zeg iets.

'Ik zal tegen Jeanette Louw zeggen dat ze je je geld moet teruggeven.'

Niet over het letsel praten.

Waar houden vrouwen van?

'Weet je nog toen ik vertelde dat ik in de bouw werk? Daar bij Wolhuter? Ik probeerde slim te zijn, maar het was niet helemaal een leugen. Ik ben bezig mijn huis op te knappen. In Loxton.'

Dat is een goed onderwerp.

'Het is een oud huis. Niemand weet precies wanneer het gebouwd is. Ik denk dat het tussen de negentig en honderd jaar oud is. Het is het laatste huis aan de linkerkant als je het dorp uit rijdt naar het meer. De vorige eigenaar was een moslim. Hij was de elektricien van het dorp, een jaar of twee. Toen werd het in het dorp het Al Qaida-huis genoemd. Voor de grap. Maar er was niet genoeg werk, dus is hij vertrokken. Of misschien alleen omdat hij het gevoel had dat hij niet tussen zijn eigen mensen zat. Nu noemen ze het Lemmers huis. Dat is voor mij best grappig, want het is mijn eerste echte huis. Ik had een flat in Seepunt voordat ik... voordat ik daar wegging, maar hiervoor heb ik altijd gehuurd, want toen ik nog voor de minister werkte, zaten we zes maanden in Pretoria en zes maanden in de Kaap.

Hoe dan ook, ik ben bezig het huis op te knappen. Het was niet in heel slechte staat. Een paar scheuren in de muren en de tuin was erg verwaarloosd, want de moslim was al twee jaar weg toen ik erin trok. Maar de indeling is vreemd. Alle oude huizen in Loxton zijn zo gebouwd: de keuken en de badkamer zitten achterin, achter elkaar. Je moet vanuit de slaapkamer de gang en de keuken door om te douchen. Of liever gezegd, in bad te gaan. Want douches hadden ze niet in die oude huizen. Ik weet niet waarom. In de Karoo is water schaars, maar de oude bewoners hadden alleen baden.

Op het ogenblik ben ik bezig de muur tussen de keuken en de badkamer te slopen, want ik heb van een van de kleinere slaapkamers een badkamer gemaakt. Dat was een hels karwei, want ik moest alle waterleidingen en de riolering verleggen, het heeft me ongeveer een jaar gekost, tussendoor moest ik ook nog voor Jeanette werken. Maar ik vind de nieuwe badkamer mooi geworden. Er liggen plavuizen op de grond en ik heb een grote douche en een wastafel en een wc achter een muurtje dat ik zelf heb gebouwd.

Ik heb in de... ik had eerder al leren metselen. Misschien moet ik je... Misschien later. Maar ik heb dat muurtje drie keer af moeten breken voordat het goed was.

En toen de nieuwe badkamer klaar was, ben ik begonnen aan de muur tussen de keuken en de badkamer. Ik wil er een grote kamer van maken, samen met de kleine slaapkamer naast de keuken. Een soort leefruimte, om te eten, bezoek te ontvangen en te koken. Niet dat ik echt kan koken... Of veel bezoek ontvang. Maar Loxton... De mensen zijn daar anders. Ze kloppen aan en zeggen: "We komen koffiedrinken." En dan blijven ze hangen...