Onzichtbaar - Onzichtbaar Part 18
Library

Onzichtbaar Part 18

'En?'

'En niets. Ze wisten niets.'

'En toen?'

'Hoe bedoel je "en toen"?'

'Er moet iets gebeurd zijn. Iemand is kwaad op jullie.'

'Jij was de enige die kwaad op ons was, Jack. Dus ik vraag me af...'

'En dat bericht?'

'Wat voor bericht?'

'Je weet waar ik het over heb.'

'Ik heb geen idee.'

'Die vrouw bij de receptie van Mohlolobe zegt dat iemand een bericht voor jullie had achtergelaten bij het hek. De hekwachter zegt dat hij het bericht aan Emma le Roux heeft gegeven. Wat stond erin?'

'Ik weet het niet. Dat heeft ze niet gezegd.'

Hij zit naar voren geleund, hand onder de kin, zoals de Denker.

'Ik wil gaan douchen, Jack.'

Het duurt even voordat hij reageert. 'Waarom had ze je nodig, Martin?'

'Wat?'

'Waarom huurde ze een bodyguard in om haar broer te zoeken? Zo gevaarlijk is het niet in Laeveld.'

'Vraag het aan haar.'

'Ik vraag het aan jou.'

'Ik weet het niet.'

Hij staat langzaam op en gaat recht voor me staan. 'Volgens mij lieg je.'

'Bewijs het maar.'

'Ik ken jongens zoals jij, Martin. Die trekken ellende aan. We hebben hier bij ons niet nog meer ellende nodig. We hebben al genoeg. Ik houd je in de gaten.'

'Jissie, inspecteur, je geeft me zo'n veilig gevoel.'

Hij kijkt naar me met zijn frons en zijn brede schouders, draait zich om en loopt naar de deur. Hij doet hem open en zegt: 'Volgende keer blijft het niet bij vier jaar, Martin. Ik zal zorgen dat je heel lang moet zitten.'

Pas als ik klaar ben met douchen zie ik de envelop op het nachtkastje. Het is hier een drukte van belang geweest terwijl ik sliep.

Ik scheur hem open. Netjes getikt, onder het briefhoofd van SouthMed-kliniek.

Geachte meneer Lemmer, We hebben uw bagage gebracht en in de hal gezet. De koffers van juffrouw Le Roux zijn in veilige bewaring. Mocht u die nodig hebben, neemt u dan contact met me op.

U kunt naar behoefte gebruikmaken van onze restaurantfaciliteiten op de benedenverdieping. Verder heeft een zekere Jeanette Louw gebeld met de vraag of u haar terugbelt als u zover bent.

Uw behandelend arts, Koos Taljaard, staat tot uw beschikking. Zijn telefoonnummer is 092 449 9090. De chirurg die verantwoordelijk is voor mevrouw Le Roux is Eleanor Taljaard, en haar kunt u bereiken op toestelnummer 4142.

Mocht u assistentie nodig hebben, aarzel dan niet om me te bellen op 092 701 3869.

De allerbeste wensen, Maggie T. Padayachee Client Services Manager Ik herken de traumachirurg onmiddellijk. Zij is de vrouw op de foto in het zilveren lijstje op het bureau van Koos Taljaard.

'Ik ben Eleanor,' zegt ze met een zangerige stem. Ze is langer dan ik.

'Hoe gaat het met Emma?'

'U bent meneer Lemmer?'

'Neem me niet kwalijk. Ja. Ik...'

'Het is begrijpelijk. Juffrouw Le Roux is uw client?'

'Dat klopt.'

'Kunt u ons helpen contact op te nemen met verwanten?'

'Nee, ik... die zijn er niet.'

'Niemand?'

'Haar ouders en haar broer zijn overleden. Er is niemand anders.'

'Lieve help. Een werkgever? Collega's?'

'Ze werkte voor zichzelf, als consultant.'

'O.'

'Dokter, vertel me alstublieft hoe het met haar gaat.'

'Ga zitten, meneer Lemmer.' Ze loodst me aan mijn elleboog naar een kantoor. Op haar bureau staat een foto van dokter Koos. In een zilveren lijstje. Hij ziet er bol uit.

Ze gaat zitten en ik neem een stoel tegenover haar.

'Het enige wat ik op het ogenblik kan zeggen, is dat haar toestand uiterst kritiek is. Het hersentrauma baart ons de meeste zorgen...'

'Het hersentrauma?'

'Er is sprake van een direct trauma aan de hersenen, meneer Lemmer, een typische coup-contrecoup. Het probleem is dat ze nog niet stabiel genoeg is voor een scan, want ik vermoed een epidurale bloeding. Misschien schade aan het hersenweefsel. Kunt u me vertellen hoe het letsel is ontstaan?'

'Dok...'

'Eleanor.'

'Ze is gevallen. Haar oog bloedde... hier...' Ik druk mijn vingers tegen mijn jukbeen.

'Nee. De zygomatische wond is oppervlakkig. Ik doel op parietaal letsel...' Ze denkt dat ik de medische termen niet begrijp, ze weet niet dat ik voorkennis heb. Ze buigt haar hoofd en wijst met haar hand links achter op haar schedel. 'Hier, het wandbeen van het cranium. Dat beschermt de parietale kwab van de hersenen. Het moet een enorme klap zijn geweest.'

'We zaten op een trein. Toen hebben ze haar beschoten en viel ze. Uit de trein. Hij reed hard.'

'Lieve hemel...'

'Ik heb niet gezien hoe ze viel.'

'Wie in godsnaam...'

'Ik weet het niet.'

Ze wil nog iets vragen, ik zie het. Maar ze bedenkt zich en vervolgt haar betoog. 'Meneer Lemmer...'

'Ik word gewoon Lemmer genoemd.'

'Bij dit soort letsel is de klap zo groot dat de hersenen letterlijk heen en weer botsen tegen de zijkanten van de schedel. De eerste klap noemen we de coup, de tweede de contrecoup, wanneer de tegenovergestelde kant van de hersenen terugbonkt tegen de schedel. Het letsel is meestal aan de hersenschors. Dat is de buitenste laag van de grote hersenen, tussen de anderhalf en vijf millimeter dik. De mate van kneuzing hangt af van de klap. Het proces staat algemeen bekend als hersenschudding, want dat is precies wat er gebeurt. Begrijp je het zover?'

'Ik begrijp het.'

'Hersenschuddingen komen in verschillende gradaties voor, en de symptomen ook. Van een lichte hersenschudding kun je even duizelig zijn, een ernstige hersenschudding kan bewusteloosheid veroorzaken. Juffrouw le Roux heeft ernstig letsel. Ze heeft het bewustzijn verloren, wat geen goed teken is. Bij dit soort letsel, waar de hersenen niet door een voorwerp of schedelfragment zijn gepenetreerd, is bewusteloosheid gewoonlijk een teken van hersenbeschadiging. Niet altijd, maar meestal.'

'Dok...'

'Noem me alsjeblieft geen "dok". Ik heet Eleanor. Je moet goed begrijpen, Lemmer, dat het nu nog te vroeg is om te zeggen of er permanent hersenletsel is, of wat de aard van het hersenletsel zal zijn, als er sprake van is. Dat is afhankelijk van het gebied van de hersenen dat schade heeft opgelopen. Juffrouw Le Roux ligt in coma, en de beste aanwijzing voor de ernst van mogelijke schade is hoe lang ze in coma blijft. Maar ik kan zeggen dat er twee gunstige tekenen zijn. Ze heeft geen bilaterale verwijding van de pupillen. Dat betekent dat haar pupillen links en rechts op licht reageren de pupillen vernauwen als we er met licht in schijnen. Volgens de statistieken sterft hoogstens twintig procent van de hersentraumapatienten met normale pupilreactie. Dus er is hoop, maar ik herhaal: we weten nog niet of er een epiduraal hematoom is. Eenvoudig gezegd, een hersenbloeding. Als ze stabiel genoeg is, kunnen we een CT-scan doen.'

'En het tweede gunstige teken?'

'In dit soort gevallen gebruiken we de Glasgow-comaschaal. Die schaal gaat van drie, wat heel erg slecht is, tot 15, wat normaal is. De toestand van een patient wordt bepaald door de beste reactie in de eerste 24 uur na het letsel. We werken hier niet met een exacte wetenschap, maar het goede nieuws is dat juffrouw Le Roux buiten de drie tot vier zone is. Ze is op het ogenblik zes op de schaal en we hopen dat er de komende twaalf uur verbetering zal zijn. De Glasgow-schaal bepaalt dat vierendertig procent van de patienten die tussen de vijf en de zeven scoren in leven blijft, met of zonder licht gebrek.'

Vierendertig procent.

'Er is andere informatie die ons kan helpen, Lemmer. Hoe lang nadat ze gevallen is, was je bij haar?'

'Even denken.'

'Een minuut? Twee, vier, vijf?'

Ik doe mijn ogen dicht. Ik zie de scherpschutter in het gras liggen, het vizier van het wapen dat ons volgt, het schot onhoorbaar door het lawaai van de trein, alleen de witte pluim uit de loop, als de wasem van adem op een koude ochtend. Emma die schokt in mijn armen...

'De schotwond, Eleanor? Hoe zit het met de schotwond?'

'Vertel hoe de hoek was.'

'Ongeveer dertig graden, van beneden naar boven.'

'Dat heeft haar gered. De kogel heeft de longen en de slagader gemist. Maar de schotwond is niet ons grootste probleem.'

Hoe lang vanaf het moment dat ze viel tot ik bij haar was?

Hoe lang heb ik geaarzeld nadat ze viel, nadat het T-shirt scheurde?

Ik spring weer, de trein links van me een roestbruin waas, het gras, de bielzen, het grind langs het spoor flitst voorbij, ik hang in de lucht. En kom neer. Schouder tegen de grond, harde klap, onmiddellijk pijn, hoofd in het gras, hap naar adem, iets snijdt in mijn arm. Ik rol en rol en dan lig ik in het gras, de bruine grond voor mijn ogen. Hoe lang lig ik zo? Ik weet het niet. Hoe lang duurt het voordat ik kan opstaan?

Hoeveel afstand was er op dat ogenblik tussen mij en de bivakmutsen? De beweging van de trein verwijderde ons van hen honderd, tweehonderd meter? Meer? De scherpschutter is het baken. Het moet meer dan driehonderd zijn. En toen ik ze weer zag, waren ze vlakbij. Hoe lang hebben ze stilgestaan?

'Ik weet het niet,' zeg ik. 'Misschien twee minuten voordat ik bij haar was. Misschien meer.'

'En toen je bij haar was, was ze toen bewusteloos?'

'Ik denk van wel. Hoezo?'

'Er is een algemene regel bij comapatienten hoe korter de tijd tussen trauma en coma, hoe ernstiger de toestand.'

'Dus het is slecht nieuws.'

'Ja, Lemmer, dat is slecht nieuws.'

Ik mag niet naar Emma toe. Ze zegt dat ik tot morgen moet wachten. En haar man wil me nog een keer zien voordat hij naar huis gaat. Ze belt hem. Dokter Koos komt binnen en kust zijn vrouw op haar voorhoofd.

'Ik weet wat je denkt, broer,' zegt hij tegen me. 'Je zit je af te vragen hoe een kerel als ik aan zo'n sexy beest als vrouw komt.'

'Nee, dok...'

'Noemt hij jou ook "dok"?' vraagt hij zijn vrouw.

'De hele tijd.'

'Dat spuit ik er wel uit.'

'Dank je, liefste.'

'We hebben namen. Zij heet Eleanor en ik heet Koos. Zeg me eens na...'

'Hoe komt zo'n lelijke kerel als jij aan zo'n vrouw, Koos?'

'Dat is beter. En het antwoord is: ik heb geen idee. Hoe voel je je? Je ogen staan tenminste niet meer zo wild.'

'Hij luistert als ik praat. Daarom ben ik met hem getrouwd,' zegt ze.

'Nee, omdat ik zo lekker zoen. En zo...'