Onzichtbaar - Onzichtbaar Part 17
Library

Onzichtbaar Part 17

Jeanette Louw. Die de juiste mensen kent. Ze heeft aan wat touwtjes getrokken.

'Ik moet naar de OK.'

Dat negeren ze. 'We willen u graag onze gastensuite aanbieden. En u hebt duidelijk andere kleren nodig,' zegt Maggie.

'Ik laat u achter in de bekwame handen van mevrouw Padayachee, meneer Lemmer. Maar u moet weten dat we te allen tijde tot uw dienst staan.'

'Ik moet de dokter van Emma... juffrouw Le Roux spreken. Alstublieft.'

'Natuurlijk.' Strelende, sussende stem. 'Maar ze zijn nog in de OK. Laten we u eerst installeren. Is er bagage die we kunnen laten komen?'

De 'gastensuite' heeft een zitkamer, een slaapkamer en een badkamer met douche. Luxe. Airco. Echte schilderijen. Kelims.

Op het bed liggen een ziekenhuispyjama en een kamerjas. Op de grond staan pantoffels. In de badkamer een tandenborstel, tandpasta, scheermes, scheerschuim en deodorant. Ik vraag me af wat Jeanette Louw de directeur van SouthMed heeft verteld.

Ik trek mijn overhemd uit. Emma's bloed. Zoveel, nu droog en donkerrood. Als wijn.

Mijn bovenlichaam lijkt een abstract schilderij in sombere schakeringen van rood, zwart en paars. Mijn hoofd suist. Mijn hart bonkt. De pijn is dof, dankzij de injectie. Ik kleed me uit en stap onder de douche. Ik krijg het koud. Dan draai ik de kranen vol en warm open en keer mijn rug naar de stroom. Mijn lichaam trilt.

Emma moet niet doodgaan.

Dat mag niet.

Ik ben nog nooit een klant kwijtgeraakt.

Wat heb ik verkeerd gedaan? De trein. Ik had niet op de trein moeten springen. Maar er was geen andere uitweg.

Ik had haar niet moeten wantrouwen. Ik had haar moeten geloven. Drie mannen. Bivakmutsen. Dezelfde als bij de overval in de Kaap. Waarom? Waarom hadden ze hun hoofd bedekt? Waarom had de scherpschutter geen bivakmuts op? En handschoenen? Waarom die handschoenen?

Ik had de scherpschutter eerder moeten zien. Ik had dieper tussen de twee wagons moeten klimmen. Ik had Emma achter me moeten houden. Ik had het schot moeten opvangen. Ik had haar beter moeten vasthouden.

Ze mag niet doodgaan. Ik moet me voorbereiden. Ze komen terug. Ze is dood, ik weet het. Want ik was niet goed genoeg.

Ik moet haar beschermen.

Ik bel met de telefoon in de zitkamer. 'Ik zou graag willen weten hoe de toestand van juffrouw Le Roux is.'

'Met wie spreek ik?'

'Lemmer. Hoe krijg ik de OK?'

'Belt u uit de vipsuite?'

'Dat klopt.'

'Ik bel u terug.'

Ze zijn er snel, een klop op de deur. Ik doe open in de ziekenhuispyjama en kamerjas. Maggie en de ronde dokter staan daar. 'Dokter Taljaard maakt zich een beetje zorgen over u.'

'Het gaat prima.'

'Prima me neus,' zegt Taljaard. 'Ik wil weten of je die pil hebt ingenomen.'

'Dokter Taljaard...' zegt Maggie vermanend.

'Niks dokter Taljaard. Heb je die pil genomen?'

'Nee, dok.'

'Dat dacht ik al. Mijn naam is Koos. Ik houd niet van "dok". Kom, ik ga je een spuit geven. Ga op het bed liggen. Maggie, wacht buiten.'

'Dokter Taljaard, hij is een vip.'

'Dat is jouw zorg. Wat mij zorgen baart zijn die ogen van hem, wilder dan een wildpark. Liggen, broer. Wie niet horen wil, moet maar voelen.'

'Dok, alsjeblieft, ik wil niet...'

'He! Heb je geen oren?' Dreigend. Hij doet de deur dicht. 'Broer, laten we redelijk zijn.' Hij praat zachter, rustig. 'Ik weet niet wat er gebeurd is, maar je hebt een trauma, en dat is niet fysiek. En op dit ogenblik werkt je hoofd niet goed en ga je jezelf voor joker zetten en daar krijg je later veel spijt van. Laten we zorgen dat je een beetje kalmer wordt. Ik kom net uit de OK. Er is nog geen nieuws, maar het feit dat ze nog bezig zijn, betekent voor jou goed nieuws.'

'Ik moet haar beschermen.'

Hij stuurt me met een ferme hand naar het bed, zonder op te houden met praten.

'Je kunt nu niets doen. Ga liggen. Op je buik. Zo ja. Even snel een spuitje, deze keer gebruiken we de rechterbil, de linker is al een beetje te veel benut, even die kamerjas open. Goed zo. Daar gaat hij, een klein prikje maar. Zo, makkelijk zat. Nee, niet meteen opstaan. Blijf maar even liggen. Geef het spul de kans om te gaan werken. Daar word je rustig van. Ook een beetje slaperig. Misschien geen slecht idee om een uiltje te knappen. Wat dacht je ervan? Een hazenslaapje, gewoon om op adem te komen.'

Het voelt alsof er een groot gewicht op me komt liggen.

'Laten we die pantoffels uittrekken, het zijn sowieso lelijke dingen. We leggen de dekens over je heen, wacht, schuif even een stukje op, nog een stukje, goed zo. Tijd om te slapen, broer, tijd om te slapen.'

22.

Ik word wakker van de pijn. Pijn in mijn schouder, in mijn arm, mijn rechterheup, mijn linkerknie. Even weet ik niet waar ik ben. De kamerjas zit onhandig om me heen gedraaid. Het raam achter het gordijn is donker. Het licht in de zitkamer is aan, de slaapkamerdeur staat op een kier.

Er is iemand in de zitkamer. Ik hoor een zachte, diepe stem.

Ik sta op. Mijn benen zijn onvast. Ik trek de kamerjas recht. Kijk op mijn horloge. 19.41. Bijna zes uur geslapen. Waar is Emma? Ik doe de deur open. Daar zit inspecteur Jack Phatudi. Hij praat in zijn mobiele telefoon en kijkt fronsend naar me op. 'Ik moet ophangen,' zegt hij en hij klapt de telefoon dicht.

'Martin Fitzroy Lemmer,' zegt hij tegen me.

Ik loop naar de telefoon en pak hem op. Ik zie mijn zwarte sporttas naast Phatudi's stoel staan. Heeft hij die meegebracht?

'Ze is in kritieke toestand, Martin. Ze ligt in coma en het is de vraag of ze het haalt. Meer zullen ze je niet kunnen vertellen.'

Ik leg de telefoon neer. 'Ze moet bewaakt worden.'

'Ik heb twee mensen bij de deur van de IC staan.'

'Dezelfde twee?'

'Ja. Dezelfde twee. Ga zitten. We moeten praten.'

'Welke voorzorgsmaatregelen heb je genomen, wie mag er bij haar? Weten ze wat ze doen?'

'Denk je dat we nitwits zijn alleen omdat we zwart zijn, Martin?'

'Nee, Jack, ik denk dat jullie nitwits zijn omdat jullie je als nitwits gedragen. Bovendien: een van die nitwits van jou is blank. Wat voor voorzorgsmaatregelen?'

'Er is een lijst van twee artsen en vier verpleegsters. Dat zijn de enige mensen die bij haar toegelaten worden.'

'Ik moet ook op die lijst.'

'Waarom? Ben je opeens arts?'

'Ze is mijn client.'

'Client? Vertel mij eens, wat voor service verleent Martin Fitzroy Lemmer, die vier van de zes jaar wegens doodslag in Brandvlei heeft uitgezeten, aan een rijke jonge vrouw als Emma le Roux?'

Ik zeg niets. Hij heeft zijn huiswerk gedaan.

'Wat is er vandaag gebeurd? Weer een rood waas voor je ogen, Martin? Vertel eens?'

Mijn hoofd is gezwollen. Mijn lichaam doet pijn.

'Ga zitten.'

Ik blijf staan.

'We hebben je vingerafdrukken op de R5 gevonden.'

'Knap hoor.'

'Wat moet je van Emma le Roux?' Zijn toon is redelijk.

'Ik werk bij Body Armour, een bedrijf dat persoonsbeveiliging aanbiedt. Zij heeft ons ingehuurd.'

'Geen beste beveiliging, Martin.'

Hij wil me uit mijn tent lokken. Hij gebruikt mijn voornaam om me te ergeren. 'Het was een hinderlaag, Jack. Ze hebben met een geweer de banden lekgeschoten. Hoe beveilig je je daartegen?'

'Wie?'

'Ik weet het niet.'

'Je liegt.'

'Jij bent degene die mensen heeft gestuurd omdat je bang was voor onze veiligheid. Vertel jij me maar wie het waren.'

'De mensen die mij zorgen baren, liggen niet in een hinderlaag met high-speed-geweren. Wat is er gebeurd?'

'We waren op de terugweg van Mogale. Ze wachtten ons op. Schoten de banden lek. Ik verloor de macht over het stuur. Toen zijn we gaan rennen. Er kwam een trein. Daar zijn we op gesprongen, en toen schoten ze op Emma.'

'Met hoeveel waren ze?'

'Drie.'

'Beschrijf ze.'

'Ze waren te ver weg.'

'Dat is niet genoeg.'

'Ze droegen bivakmutsen. Het waren mannen, dat kan ik wel zeggen. Ze kwamen nooit dichterbij dan vijftig, zestig meter.'

'En toen zijn jullie ontsnapt? Terwijl juffrouw Le Roux was neergeschoten en jouw schouder uit de kom hing?'

'We hebben geluk gehad.'

'Geluk? Dat moet je tegen haar zeggen.'

'Fuck you, Jack.'

'Ga je mij nou aanvallen, Martin? Ga je mij nou proberen dood te slaan, zoals je een 23-jarige kantoorbediende hebt doodgeslagen?'

'Hij had drie vrienden bij zich, Jack. Het was zelfverdediging.'

'Dat is niet wat de rechter zei. Je hebt een anger-management-probleem. Dat zag ik gisteren ook.'

'Je hebt gisteren Emma fysiek bedreigd. Ze vroeg of je haar los wou laten. Dat is politiegeweld.'

'Waar zijn jullie zoal geweest?'

'Wat?'

'Waar zijn jij en juffrouw Le Roux zoal geweest sinds jullie hier zijn?'

'In Mogale, Badplaas en Warmbad.'

'Wat deden jullie in Badplaas en Warmbad?'

'Ze is met de voormalige werkgever en de ex-verloofde van Cobie de Villiers gaan praten.'