Onzichtbaar - Onzichtbaar Part 48
Library

Onzichtbaar Part 48

Hij laat me los, zodat ik uit balans raak en achteruit tegen de muur struikel.

Hij draait me zijn rug toe. 'Ze kwamen met geld. Ze zeiden dat ik alles moest vergeten. De man op wie jij geschoten hebt. Cobie de Villiers. Maar ik weigerde. Toen zeiden ze dat mijn mensen de grondclaim toegewezen zouden krijgen, ze zouden me nog meer geld geven. Hoeveel wilde ik hebben? Maar ik weigerde. En toen zijn ze hogerop gegaan. Maar laat me je wel vertellen, ik zal het niet vergeten. Ik krijg je nog wel. En De Villiers en Kappies. Ik krijg jullie nog wel.'

Dan draait hij zich om en loopt langs me zonder me nog een blik waardig te gunnen. Hij doet de deur open, blaft iets in het sePedi de gang in, de twee uniformen komen de boeien losmaken en ze zeggen dat ik weg kan, er is geen zaak meer tegen me.

Emma heeft een kamer met uitzicht op de Tafelberg en als ik aankom, staan de deuren open en zitten er een heleboel mensen om haar heen: Jacobus le Roux, Carel de Grote en een paar van zijn kinderen, Stoffel de advocaat, anderen die ik niet ken, vredelievende, aantrekkelijke, succesvolle mensen. De kamer is gevuld met vriendschap en blijdschap en ik verstar voordat ze me kunnen zien. Ik vang nog net een glimp op van Emma's profiel, haar gezicht is vermagerd, maar de lijnen zijn zo onmiskenbaar mooi als ze glimlacht... Dan draai ik me om en ga mijn rekening schrijven, die ik samen met de bloemen bij de verpleegsterspost achterlaat.

Ik moet mijn pick-uptruck in Hermanus gaan halen. En dan naar Stodels rijden voor de kruidenplantjes.

Ze belt me de volgende dag.

'Bedankt voor de bloemen,' zegt ze.

'Graag gedaan.'

'Je had binnen moeten komen, Lemmer.'

'Er waren zoveel mensen.'

'Hoe kan ik je ooit bedanken?'

'Ik heb alleen mijn werk gedaan.'

'Ai, Lemmer, je bent weer in je huls gekropen. Waar ben je?'

'In Loxton.'

'Hoe is het weer daar?'

'Warm.'

'Hier in de Kaap waait het.'

'Ik ben blij dat je genezen bent, Emma.'

'Dat heb ik aan jou te danken.'

'Nee, ik...'

'Ik kom bij je langs. Als ik weer gezond ben.'

'Je bent welkom.'

'Dank je, Lemmer. Voor alles.'

'Graag gedaan.'

En dan nemen we afscheid, een beetje ongemakkelijk, en ik weet dat het tien tegen een is dat ik haar nooit meer zal zien.

Het regent als ik lees over de dood van Quintus Wernich en Christo Loock.

Op 14 februari zit ik aan mijn tafel terwijl buiten het gerommel van de donder uit klinkt boven het dreunen van de dikke druppels op mijn zinken dak, en lees het hoofdartikel van Die Burger over een vermeende autokaping bij Stellenbosch en een aanklacht tegen de verschrikkelijke criminaliteit in dit land.

Ik lees het twee keer en dan staar ik door het keukenraam naar de glanzende plassen die zich in mijn kruidentuin vormen en denk aan de man met het litteken op zijn wang.

Raul Armando de Sousa.

Ik had hem in 1997 een keer gezien, tijdens een regeringsoverleg in Maputo. Hij had de lijfwachten in een congreszaal bijeengeroepen om de procedures voor het banket van de laatste avond door te nemen. Ik had hem aan zijn ogen herkend als een broeder in geweld, maar er was nog iets, een last, een onzichtbare last die hij op zijn schouders droeg.

Ik ging voorzichtig bij zijn mensen navraag doen. Ze vertelden me dat hij degene was die Samora Machel bewaakt had. Hij zat met hem in de Toepolev 134A toen die tegen de helling van de Lebombobergen was gevlogen. Hij was een van de tien mensen die levend uit het wrak waren gehaald. Toen begreep ik het. En ik vroeg me af hoe het moest zijn als je een leven lang wacht om gedefinieerd te worden, en op het moment dat D-day komt, wanneer het ogenblik daar is, kun je niets doen. Is het dan misschien niet beter om gewoon onzichtbaar en onvoltooid te blijven?

Ik moest aan hem denken toen Jacobus le Roux zijn verhaal vertelde onder een boom bij Heuningklip. Want toen wist ik hoe Raul Armando de Sousa zich moest voelen. En dat er soms een uitweg is.

Daarom weet ik nu met absolute zekerheid dat hij erbij was, gisternacht in Stellenbosch. De Sousa heeft de trekker overgehaald.

Ik lees de rest van de krant zonder veel aandacht. Tot ik het kleine bericht op een binnenpagina zie, een enkele kolom naast een advertentie van Pick 'n Pay. 'Milieubeschermingsgroeperingen hebben hun bezorgdheid geuit over de aard en omvang van een grondclaimschikking met de Sibashwa-stam in het Krugerpark.'

Als ik klaar ben, loop ik de tuin in om de goddelijke geur van een natte Karoo in te ademen. En ik denk aan Jack Phatudi, zoon van een Sibashwa-hoofdman.

Tegen vijven ga ik hardlopen over het Bokpoortpad in een tempo dat zorgt dat ik precies op tijd thuis ben voor een aflevering van 7de Laan.

Er is een plek op die route, een plateau na het laatste veehek van Jakhalsdans, waar miljoenen jaren van geologische krachten enorme rotsen als bakens op elkaar hebben gestapeld. Aan weerskanten ligt de Karoo open, en als ik daar sta, krijg ik een perspectief op onze plek in het heelal. Als je je blik terugtrekt, weg van de aarde, het zonnestelsel, de melkweg, zijn we allemaal klein, nietig, onzichtbaar.

Maar als ik terugren naar het dorp, dat nu blinkend schoon is na de regenval, groeten de mensen me: Conrad bij de reparatiewerkplaats, De Wit die de deur van de cooperatie op slot doet, Antjie Barnard vanaf haar veranda, ome Joe van Wyk die aan het wieden is in de tuin...

'Goedemiddag, Lemmer. Lekker geregend, he?'

Verderop in de straat, helemaal aan het eind van het dorp, staat mijn huis. En dan zie ik de groene Renault Megane cabriolet die daar geparkeerd staat, en ga ik harder lopen.

Dankwoord.

Een vraag die schrijvers vaak gesteld wordt, is: 'Wat heeft u tot dit boek geinspireerd?'

Mijn standaardantwoord is dat het bitter weinig met inspiratie te maken heeft. De ontwikkeling van een verhaal lijkt meestal erg op het leggen van een puzzel, waarvan alle stukjes helaas niet netjes bij elkaar in een doos op je bureau liggen. Met andere woorden: hard werk, geduld en hoofdbrekens.

Onzichtbaar is in zekere zin een uitzondering.

Ik had het voorrecht binnen twaalf maanden drie keer een bezoek te kunnen afleggen aan Moholoholo, het dierenopvangcentrum aan de voet van de Mariepskop in Limpopo. Twee van die bezoeken vonden plaats tijdens motorritten samen met vrienden, en waren dus niet bedoeld als officieel onderzoek voor een boek. En elke keer hebben de passie, toewijding, geestdrift en opofferingen van Brian Jones en zijn personeel me geinspireerd. Daar wil ik ze graag hartelijk voor bedanken. Vooral hun ongelooflijke werk met gieren spreekt tot de verbeelding. (Lees vooral meer op www.moholoholo.co.za, ga naar die fantastische plek toe, en schroom niet om ruimschoots bij te dragen aan hun zeer loffelijke zaak.) Ik kan dus niet ontkennen dat het Mogale Opvangcentrum uit het boek geografisch, filosofisch en structureel gestoeld is op het bestaande Moholoholo. Ik wil echter duidelijk stellen dat alle personages in Onzichtbaar zonder uitzondering fictief zijn, inclusief het personeel van Mogale.

Andere mensen wier hulp, raad, kennis, welwillendheid en steun van onschatbare waarde zijn geweest: Tom Dreyer voor zijn toestemming om te mogen citeren uit zijn prachtige roman Equatoria, Keith en Colleen Begg, de wereldberoemde onderzoekers, voor hun toestemming om te mogen citeren uit hun artikel over de honingdas (Africa Geographic, februari 2005), Sarah Borchert, redacteur van het uitstekende tijdschrift Africa Geographic, het personeel van het archief van Die Burger, hoofdinspecteur Elmarie Myburgh van de Psychologische Onderzoekseenheid van de Zuid-Afrikaanse Politie in Pretoria, mijn redacteur Etienne Bloemhof, mijn agente Isobel Dixon en haar collega's bij Blake Friedmann, mijn vrouw Anita en mijn kinderen Lida, Liam, Johan en Konstanz, en de Afrikaanse Taal- en Kultuurvereniging voor de financiele steun die veel van het onderzoek mogelijk heeft gemaakt.

Ik heb dankbaar gebruikgemaakt van de volgende bronnen: The Long Summer, Brian Fagan, Granta Book, 2004 Guns, Germs and Steel, Jared Diamond, Vintage, 2005 The Weather Makers, Tim Flannery, Penguin, 2005 Birds of Prey, Peter Steyn, David Philip, 1989 Roberts Birds of Southern Africa (VII Edition), P. Hockey, W.R.J. Dean & P.G. Ryan, Trustees of the John Voelcker Bird Book Fund, 2005 Slange en Slangbyte in Suider-Afrika, Johan Marais, Struik, 1999 Field Guide to Snakes and other reptiles of Southern Africa, Bill Branch, Struik, 1998 Sappi Tree Spotting: Lowveld, Rina Grant & Val Thomas, Jacana, 2004 Stormwinde of Droogtes: Die storie van Hendrik Schoeman, Freek Swart, Litera, 2002 Skukuza, David Tattersall, Tafelberg, 1972 The Game Rangers, Jan Roderigues, 1992 Mahlangeni, Kobie Kruger, Penguin, 2004 Mashesha, Tony Pooley, Southern, 1992.

www.contrast.org/truth/html/samora_machel.html www.moholoholo.co.za www.koerantargiewe.media24.com.

www.geocities.com/lepulana2002/index.html www.braininjury.com.

Ontdek de beste en mooiste nieuwe boeken met de gratis Lees dit boek-app Wilt u als eerste de beste en mooiste nieuwe boeken ontdekken? Vaak nog voordat die boeken zijn verschenen en de pers erover heeft geschreven? Download dan gratis de Lees dit boek-app voor iPhone en iPad via www.leesditboek.nl.

Blijft u graag op de hoogte van de nieuwste spannende boeken?

Volg ons dan via www.awbruna.nl, en en meld u aan voor de spanningsnieuwsbrief.

end.